
Het bijwoord ‘waarschijnlijk’ in de slogan is leugenachtig. Omdat de meeste atheïsten gewoon denken dat God zonder meer niet bestaat. Waarschijnlijk? Niets van in hun ogen, maar ze durven het niet te zeggen. Inspelen op de twijfel, heet dat. Het is bovenal zielig, omdat waarschijnlijkheidsrekenen, ook kansberekening genoemd, een hele moeilijke bezigheid is, vooral als je niet over data en cijfers beschikt. Het is nog erger dan Euro Millions: de kans dat je wint, is uiterst klein.
De waarschijnlijkheid heeft bovendien altijd de schijn (van de waarheid) tegen. De mens verkiest het zekere op het onzekere. Vandaar dat vijftig jaar atheïstische propaganda, aangewakkerd door de schimpscheuten in de media tegen kerk en geloof, niet heeft geleid tot een stevige aanwas van het ongeloof in de samenleving. Integendeel, de vrijzinnige verenigingen hebben met leegloop te maken en hun bijeenkomsten zien er grijzer uit dan een Vaticaans conclaaf.
De mens kan eigenlijk niet leven zonder transcendente instantie. “Zonder geloof vaart niemand wel”, luidde de titel van een boekje uit de jaren 1970. En vandaag stellen we vast dat het verlangen van de mens naar een zin buiten zichzelf groter is dan gedacht. Dit verlangen uit zich echter via een omweg, deze van het bijgeloof. Omdat de weg van het geloof niet bon ton is, aldus de spraakmakende gemeente.
Onlangs stond in een Franse krant dat er in Parijs zo’n dertigduizend waarzegsters zijn. Waarschijnlijk. Misschien zelfs meer. Het lijkt ongelooflijk dat in een tijd waarin we steeds dieper kunnen binnenkijken in de kern van het leven en in de zwarte gaten van het heelal, mensen meer dan voorheen bereid zijn om te geloven dat de toevallige stand van de sterren bij hun geboorte hun levensweg zou hebben bepaald.
Het is een feit dat de terugloop van de kerkelijkheid en de crisis van het geloof niet hebben geleid tot een bloei van de vrijzinnigheid en de toename van het atheïsme. Integendeel, het zijn de esoterie en het bijgeloof die zijn toegenomen. Het is dus waar wat Chesterton meer dan een halve eeuw geleden heeft voorspeld: “Als de mens ophoudt te geloven in God, is hij bereid om in alles te geloven.”
Toch is het merkwaardig dat in een tijd van zelfbeschikking en prestatie mensen bereid zijn om te geloven dat wat morgen zal gebeuren, te lezen valt uit de lijnen in hun handpalm. En dat ze daarvoor bereid zijn vaarwel te zeggen aan een geloof dat de verantwoordelijkheid in de handen legt van de mens, met de belofte dat zijn naam geschreven staat in de palm van Gods hand.
Het is merkwaardig en haast onbegrijpelijk, maar het is de verklaren: het verlangen naar een ‘zinvolle’ afhankelijkheid is erg groot, maar de herinneringen aan een christendom dat mensen denken te kennen (zonder te weten wat het is), hebben mensen opgezadeld met vooroordelen die door de atheïstische propaganda tot onoverbrugbare hindernissen zijn verklaard. Het verlangen naar transcendentie zoekt dan maar een andere weg: de sluipweg van de magie.
De mens heeft immers een zingevende instantie nodig die zijn vergankelijkheid duurzaamheid geeft. Als hem de God van de bijbel en het verstand, de God die hem wijst op zijn verantwoordelijkheid en vrijheid, uit het hoofd en het geweten stoot, dan neemt de mens zijn toevlucht tot de spoken van de magie en de irrationaliteit, tot de orakels en de horoscopen van de afhankelijkheid en de onvrijheid.
In plaats van zich bezig te houden met ‘zieltjes’ te winnen, zou het atheïsme beter in dialoog treden met de kerken om, vanuit een gemeenschappelijke bekommering voor vrijheid en verantwoordelijkheid, samen de grote vragen van de samenleving aan te pakken.
Mark Van de Voorde is publicist en raadgever van de Belgische premier Herman Van Rompuy en van de Belgische vicepremier Steven Vanackere.