Achtergrond835 keer bekeken
Religie blijft ongrijpbaar, wetenschap past bescheidenheid
Geplaatst door Theo Borgermans op
dinsdag 31 maart 2009 om 12:00u (Bron: Radboud)
Janssen is kritisch over neurologische experimenten rond meditatie en religieuze ervaring: de God-spot in onze hersenen bestaat niet. ’Dit soort experimenten zijn zeer betrekkelijk en kunnen de toets van de wetenschappelijke kritiek doorgaans niet doorstaan. Ze deugen fundamenteel niet.’
Janssen laakt de pretenties van Mario Beauregard van het Montreal Neurological Research Centre en auteur van de bestseller The spiritual brain. De neurowetenschapper onderzocht de hersenprocessen van mediterende karmelietessen. Janssen: ’Beauregard permitteert zich in zijn boek met de ondertitel A neuroscientist’s case for the existence of the soul, vrijheden die een wetenschapper doen huiveren.’
Beauregard trekt volgens Janssen ook veel te vergaande conclusies uit het onderzoek van de Arnhemse cardioloog Pim van Lommel naar de bijna-doodervaring. Er zou een werkelijkheid buiten onze werkelijkheid bestaan, waarmee mensen in contact kunnen komen. Janssen: ’Persoonlijke religieuze ervaringen zijn serieus te nemen, die zijn te onderzoeken, maar de wetenschap kan niet verder reiken dan de menselijke meetbare werkelijkheid.’
Religieuze ervaringen
Janssen deed onderzoek naar de religieuze ervaringen zoals beschreven in 109 interviews, verzameld door journalist Koert van der Velde (2007) van Trouw. Hij definieert die ervaringen als exact gedateerde onverwachte ervaringen waarin het emotionele evenwicht van het dagelijks bestaan wordt doorbroken, waar grote betekenis aan wordt gehecht en waaruit kracht wordt geput het leven met hernieuwde moed aan te gaan. Janssen kan geen conclusie geven over het religieuze gehalte van de ervaring en vooral niet over de aard van de werkelijkheid achter de ervaring.
Van godsdienstpsychologie naar cultuurpsychologie
Toch heeft het onderzoek naar religie veel te bieden. Janssens onderzoek naar bidden en religieuze ervaring laat zien dat hoewel religieuze ervaringen en gebedspraktijken eindeloos variëren tussen tijden en culturen, ze in hun psychologische structuur bij elkaar kunnen komen. De godsdienstpsychologie bestudeert verschijnselen die sommigen religieus noemen, maar die verschijnselen zijn ook universeel.
Conclusies van godsdienstpsychologisch onderzoek blijven beperkt tot conclusies over de menselijke natuur, over basale processen die alle mensen, gelovig of niet aangaan en die ten grondslag liggen aan de religieuze beleving. De term godsdienstpsychologie kan tot misverstanden leiden omdat de psychologie niet kan of wil uitmaken wat religie is of uitspraken doet over de religieuze mens. De cultuurpsychologie daarentegen strekt zich uit over alle aspecten van het menselijk bestaan en tot de uiterste grenzen. Religie die niemand uitsluit zoals gedefinieerd volgens Paul Valéry: ’Wat mensen doen, denken en voelen als ze niet weten wat te doen, wat te denken of wat te voelen.’
Met de godsdienstpsychologie, verdwijnt ook de hoogleraar cultuur- en godsdienstpsychologie. Zijn nalatenschap leeft voort in de Nijmeegse cultuurpsychologie. Jacques Janssen gaat zich fulltime wijden aan zijn geliefde Dante-project.
Jacques Janssen (Meijel, 1944) doet onderzoek naar het gebed en de religieuze ervaring. Hij bestudeert de verbindingen tussen de persoonlijke religieuze ervaring, de religieuze traditie en de moderne, cognitieve psychologie. Andere aandachtsvelden van hem zijn: de verhouding tussen kerk en staat en de relatie tussen religie en moraliteit. Zijn boek Nederland als religieuze proeftuin (1998) gaat over de betekenis van religie in de hedendaagse samenleving. Eerder publiceerde hij over studenten- en jeugdculturen. Janssen publiceerde in 1999 een nieuwe, geannoteerde vertaling van Dantes Hel.