Wereld838 keer bekeken
Christelijke minderheid in Irak vervolgd
Geplaatst door Theo Borgermans op
maandag 27 juli 2009 om 16:50u (Bron: Caritas)
De zowat 500.000 overgebleven christenen (waaronder de Chaldeeuwse katholieken en Syrisch-Orthodoxen) vormen een bedreigde minderheid op een totale bevolking van bijna 30 miljoen inwoners in Irak. Na de bomexplosies in 9 kerken is de prille hoop op een afname van het geweld de bodem ingeslagen. Vele, vooral jongere, christenen zullen de wijk nemen naar het buitenland, voorspelt Caritas-directeur Nissan.
Onzekerheid
De Iraakse christenen leven in grote onzekerheid. Ze worden bedreigd in hun huis, op hun werk en in hun gebedshuizen. Ze hebben het gevoel dat niemand om ze geeft en dat de overheid hen aan hun lot overlaat, alsof ze tweederangsburgers zijn. Pas na 3 dagen van bomaanslagen op christelijke kerken in de hoofdstad Bagdad en in de zuidelijke stad Mossul - waarbij in totaal 6 doden en ruim 30 gewonden te betreuren vielen - zette de overheid het leger en de politie in, maar deze bescherming kwam veel te laat.
Van de beoogde "nationale verzoening" in Irak komt, volgens Caritas, niet veel in huis, zolang er sociale en territoriale verdeeldheid heerst. De bisschoppen van de katholieke Chaldeeën blijven gekant tegen het plan om Irak op te delen in een gebied voor de Sjiieten, de Soennieten en de Koerden. De christelijke minderheid, die nu verspreid leeft over heel Irak, zou dan verplicht worden om te verhuizen naar een van die 3 landsdelen. Dat zou meteen het einde betekenen van een multi-culturele en multi-religieuze samenleving in Irak, aldus het katholieke episcopaat.
Exodus
Volgens schattingen van het VN-Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen zijn de voorbije 3 jaar in totaal 1,6 miljoen Irakezen hun huis ontvlucht en hebben zich gevestigd in een van de buurlanden (vooral Syrie en Jordanie) of in het rustiger noorden van het land, met name in Koerdisch gebied.
Caritas Irak wijst op de uiterst armoedige leefomstandigheden van de honderdduizenden ontheemden binnen het land zelf. Er is een schrijnend gebrek aan werkgelegenheid, medische hulpverlening, onderwijs, sanitaire voorzieningen, enz. De landbouw stuikt in elkaar door een tekort aan water en electriciteit. De overheid beloofde financiële steun voor de ontwikkeling van nieuwe landbouwmethoden en voor de teelt van nieuwe gewassen. Maar het bleef tot nu toe bij beloften, en hulp komt er niet.
Directeur Nabil Nissan van Caritas Irak vraagt daarom dringend humanitaire hulp en solidariteit vanuit het buitenland. De oprichting van een netwerk van honderden gezondheidscentra gespreid over het hele grondgebied is een top-prioriteit van de Caritas-werking in Irak. Het Well Baby Program van Caritas is hier een onderdeel van. (tb)