Achtergrond783 keer bekeken
Waar de Kerk groeit, neemt de vervolging toe
Geplaatst door onze redactie op
donderdag 6 mei 2010 om 10:45u (Bron: Open Doors)
In het Noord-Afrikaanse land Mauritanië bijvoorbeeld is de groter wordende groep van 4.000 christenen het mikpunt van zowel extremistische groeperingen als van de staat. Het land maakte een zeldzaam grote sprong op de Ranglijst Christenvervolging, en steeg van plaats 18 naar 8. De Mauritaanse Grondwet stelt dat het land een islamitische republiek is en erkent alleen de islam als de godsdienst van zijn burgers en van de staat. Het drukken en verspreiden van niet-islamitische religieuze materialen en het evangeliseren onder moslims is verboden.
In 2009 werd de Kerk sterk onder vuur genomen. In juni vermoordde een aan Al Qaeda verbonden extremistische groepering een christelijke hulpverlener. Twee maanden werd een groep van 35 Mauritaanse christenen met een moslimachtergrond gearresteerd en gemarteld. In september arresteerde de lokale politie 150 sub-Saharaanse gelovigen omdat ze hun eigen kerkelijke bijeenkomst hielden. Dit is alleen toegestaan voor een handjevol katholieke en protestantse kerken. De lokale politie pleegde de arrestaties en voerde de martelingen uit in een doelbewuste poging een al kleine kerk de kop in te drukken.
Doden in Somalië
Ook nam de druk toe op christenen in Somalië en Pakistan, respectievelijk de nummer 4 en 14 op de Ranglijst Christenvervolging. In Somalië hebben alle autochtone christenen een moslimachtergrond. De extremistische groepering Al Shabaab (‘De Jeugd’) jaagde op deze christenen en vermoordde verschillende van hen. In 2009 werden tenminste 11 christenen vanwege hun geloof gedood. Onder hen bevond zich de 45 jaar oude Amina Muse Amina die actief was in een ondergrondse kerk. Zij weigerde een hoofddoek te dragen, zoals gewoon is onder moslimvrouwen.
Vogelvrij in Pakistan
In Pakistan zijn christenen vrijwel vogelvrij. Dit geldt zowel voor de 4 miljoen christenen die tot de officieel toegestane Kerk behoren, als voor het onbekende aantal geheime gelovigen met een moslimachtergrond. Meestal biedt de politie geen bescherming en weigert zij rapport te maken van incidenten tegen christenen. Moslimrechters zijn vaak bevooroordeeld. Nog zorgwekkender zijn extremisten die anderen opstoken tot aanvallen tegen christenen. In de stad Gojra was bijvoorbeeld alleen een gerucht van godslastering al genoeg om grootschalig geweld tegen christenen te doen ontvlammen. Velen van hen bleven verslagen achter: gewond, dakloos en rouwend vanwege het verlies van familieleden en vrienden.
Onder druk in India
Niet alleen in de Moslimwereld maar ook in Aziatische landen als India staan bekeerlingen onder steeds grotere druk. India is gezakt op de Ranglijst maar dit heeft alleen te maken met een grotere mate van christenvervolging in andere landen. In de Indiase staten Karnataka, Andhra Pradesh, Madhya Pradesh en Chhatisgarh vallen hindoe-extremisten regelmatig gebedsbijeenkomsten binnen, mishandelen ze christenen en snijden ze hen af van economische hulpbronnen. Soms zetten hindoe-extremisten bekeerlingen onder druk om hun christelijk geloof vaarwel te zeggen en terug te keren naar het hindoeïsme. Lokale dorpsleiders en familieleden doen hier vaak aan mee.
Christenvervolging in kaart
Open Doors benadrukt dat haar Ranglijst Christenvervolging een onderzoeksinstrument is met als doel christenvervolging in kaart te brengen en visueel te maken. “Het laat niet zien hoe God aan het werk is en hoe christenen volharden in geloof”, zegt Muurling. “In Noord-Korea bijvoorbeeld zijn christenen een gebedsactie gestart om hun land met het Evangelie te bereiken. Ex-moslim Ruth (een schuilnaam) is op de vlucht voor haar familie, maar ze houdt zich vast aan Jezus Christus. In Nigeria zijn weduwen die geleerd hebben de moordenaars van hun man te vergeven. In Irak bouwen christenen met hulp van de achterban van Open Doors aan een nieuw bestaan. Open Doors hoopt dat vele kerken, bijbelstudiegroepen en individuele christenen de Ranglijst Christenvervolging aangrijpen om betrokken te worden bij hulp aan vervolgde christenen."