
’Net als mijn collega-bisschoppen heb ook ik destijds ingestemd met de verschillende leerplannen voor de lessen katholieke godsdienst in de scholen. Die lesprogramma’s vatten de godsdienstlessen – terecht – op als een vak dat aan scholieren wordt gegeven en niet als een catechismus, die het geloof van jongelui moet zien te versterken. Die leerplannen katholieke godsdienst nodigen de leerkrachten uit de link te leggen tussen het vak en de eigen leefwereld van de leerlingen, maar vereisen tegelijkertijd dat zij, net zoals dat voor alle andere vakken het geval is, een geheel van objectieve gegevens krijgen aangereikt over het katholieke geloof, de Bijbel, het leven en de boodschap van Jezus, de geschiedenis en organisatie van de katholieke Kerk en andere’.
’In een multiculturele samenleving waar ook heel wat gedoopte leerlingen geen actieve band met de parochie meer hebben, is de godsdienstles des te nuttiger voor de leerlingen in het gemeenschapsonderwijs die bewust voor het vak hebben gekozen of voor zij die kozen voor een katholieke school. De godsdienstles biedt de leerling echt de kans om op een rationele manier de christelijke boodschap te leren ontdekken, met alle respect uiteraard voor zijn of haar persoonlijke overtuiging. Nog op diezelfde persconferentie in Rome heb ik onderstreept dat de bisschoppen van ons land het waardevolle werk van de godsdienstleerkrachten waarderen en ondersteunen. Voor de nabije toekomst hoop ik de dialoog met hen te kunnen voortzetten in een persoonlijk contact en luisterbereid in plaats van via de pers”, besluit mgr. Léonard.