
Erik Meert kwam in 1977 in Congo aan. Omdat hij drukker van beroep was, stichtte hij de eerste en ook enige drukkerijschool van Centraal-Afrika. Sinds 1994 is Meert vooral begaan met het lot van de straatkinderen in Lubumbashi, de hoofdstad van de zuidelijke mijnprovincie Katanga. In veertien opvangcentra die de ‘werken van maman Marguerite’ (OMM) worden genoemd naar de moeder van de heilige Don Bosco, worden zevenhonderd straatkinderen opgevangen. Velen ontvluchtten hun ouderlijke huis omdat ze werden mishandeld. “Onlangs kregen wij een jongen over de vloer die door zijn grootmoeder wreedaardig was verminkt”, vertelt de salesiaan. “Die vrouw, een schooldirectrice, strafte haar kleinzoon omdat hij een onderhemdje zou hebben gestolen van een vriend. Ze trok een plastic zak over zijn naakte bovenlichaam en stak die in brand. Dat is lang geen alleenstaand geval, want wij krijgen vaak kinderen met brandwonden over de vloer”, zegt Meert. “Anderen worden door hun familie verstoten: de zogenaamde ‘heksenkinderen’. Vorige week kwamen nog twee broers van vier en zes jaar naar ons. Als ze de weg naar ons tehuis niet hadden gevonden, waren zij een gewisse dood tegemoet gegaan.”
In de opvangcentra krijgen de jongeren een opleiding die hen zowel intellectueel als sociaal opvoedt. “Het is onze betrachting hen opnieuw te integreren, in de samenleving, maar ook in hun familie. De meesten kunnen na enige tijd naar hun heimat terugkeren. Wel blijven wij de kinderen opvolgen door een systeem van nazorg.” Toch blijft het beheer van de vluchthuizen problematisch. “Het blijft zeer moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen. We betalen, mede met de steun van de congregatie, de leraars tweehonderd dollar per maand”, vervolgt Meert. “Dat is weinig, want de beste leerkrachten kunnen in private scholen een pak geld meer verdienen. Maar meer kunnen wij niet doen.”
Grote schoonmaak
De jongste maanden staan de ‘werken van maman Marguerite’ onder zware druk door de politiek van Moïse Katumbi, de machtige en steenrijke gouverneur van Katanga. Hij is ontzettend populair omdat de provincie Katanga naar Congolese normen degelijk wordt bestuurd. “Niet dat de corruptie hier niet zou bestaan”, zegt Meert lachend, “maar in andere delen van het land is die veel groter.” In augustus 2009 besliste Katumbi grote schoonmaak te houden in de straten van Lubumbashi. Alle straatkinderen en straatventers werden uit de straten gebannen. Toch is de onveiligheid niet verminderd omdat in de stad straatbendes zijn gesignaleerd uit Zuid-Afrika. Zij zijn in de aanloop naar het wereldkampioenschap voetbal uit hun land gezet.
Grote noden
Katumbi richtte ondertussen met eigen middelen een gesloten opvangcentrum op voor de straatkinderen die de politie van de straat haalt. “Daar verblijven 450 kinderen”, weet Min die daar recentelijk een kijkje ging nemen. “Amper een honderdtal volgt ook les, hoewel er nauwelijks schoolgerei is. Veel kinderen kopen de bewakers om en gaan opnieuw bedelen en stelen in de stad. Door de harde aanpak van Katumbi neemt de druk gestaag toe en krijgen wij geregeld de politie over de vloer. Maar hoe dan ook werken we verder omdat de noden zo groot zijn.” (JDV)