
Zo’n 343 patiënten met gevorderde kanker werden opgevolgd tot aan hun dood, gemiddeld 115 dagen. Uitgangspunt van de studie was dat door de lichamelijke achteruitgang en met de dood in zicht, mensen met gevorderde kanker meer behoefte hebben aan zingeving, hoop en spirituele zorg dan doorgaans gedacht. De onderzoekers definiëren ‘spiritualiteit’ als de persoonlijke relatie tot en/of de ervaring van het transcendente, door religieus geloof of andere bronnen. Patiënten van wie de spirituele noden werden ondersteund door zowel het medische team als pastorale zorg, waren vijf keer meer bereid af te zien van zinloze agressieve behandelingen en palliatieve zorg te aanvaarden. Ook gaven ze aan hun levenskwaliteit een score die 28 procent hoger lag dan bij de groep die deze ondersteuning niet kreeg.
De redactie van Clinical Oncology vond de studie zo belangrijk dat ze er haar hoofdartikel aan wijdde. “Spirituele zorg blijft vaak afwezig bij patiënten op het einde van hun leven. Die bevindingen bevestigen dat er nood is aan aangepaste opvoeding van medische zorgverstrekkers en aan integratie van pastorale zorg in multidisciplinaire medische teams.”