
Die stichting van de abdij Keizersberg in Leuven kwam in 1925 tot stand op initiatief van Dom Lambert Beauduin: eerst in Amay en vanaf 1939 in een imposant voormalig kasteel in Chevetogne (provincie Namen) dat halverwege een heuvel verscholen ligt te midden van de natuur
De 25 monniken van Chevetogne zijn benedictijnen die een dubbele ritus vieren. Ongeveer de helft volgt de eucharistie, het ochtendgebed, het middaggebed en de vespers volgens de Byzantijnse ritus in het Slavisch en het Grieks, en de andere helft volgens de Latijnse ritus. De Byzantijnse liturgie duurt op zon- en feestdagen twee en een half uur. De monniken slagen er wonderwel in de spiritualiteit van het Oosten te integreren in een westerse manier van leven. Want ondanks het vasthouden aan de traditie staan deze monniken in het leven: ze geven overal te lande lezingen en verzorgen retraites. Aan het hoofd van deze stabiele, maar bloeiende communauteit staat abt Philippe Vanderheyden, een Vlaming. Chevetogne heeft niet alleen diepe wortels, maar toont ook het mooiste van wat de Byzantijnse ritus biedt.
200.000 boeken
De abdij heeft twee kerken: links en rechts van het kasteel. In de jaren 1950 kwam een Byzantijnse kerk tot stand – incluis een iconostase – en in de jaren 1980 een Latijnse kerk in neoromaanse stijl met centraal in de apsis de ‘majestas Domini’ of de verheerlijkte Christus, van de hand van de Russische monnik Zonon Teodor.
In Chevetogne staat het contemplatieve leven centraal. Van de bezoekers in het gastenkwartier wordt verwacht deel te nemen aan de liturgische diensten, maar bovenal is dit een intellectueel centrum. De monniken publiceren sinds 1926 het internationale tijdschrift Irénicon dat is gewijd aan de oecumene en de eenheid tussen de kerken en beschikt over een rijke bibliotheek met 200.000 boeken. Die is uniek in haar genre”, zegt pater Antoine, de bibliothecaris. “Ze is gespecialiseerd in de oecumene en de orthodoxe kerk, theologie en cultuur met veel werken in het Roemeens, het Grieks en het Servisch. We proberen de bibliotheek via het internet meer toegankelijk te maken.”