Dagelijks nieuws van Rorate op Facebook en Twitter

Voor het dagelijkse nieuws vanuit katholiek perspectief gaat u vanaf nu naar de Facebook-pagina of Twitter-account van Rorate. Daar delen we de meest interessante nieuwtjes van diverse Nederlandse, Vlaamse nieuwsbronnen. Van de berichten die nog op deze site verschijnen krijgt u - indien u geabonneerd bent - wekelijks een elektronische nieuwsbrief, in de nacht van zaterdag op zondag. Binnen afzienbare tijd zal deze pagina volledig worden herzien. 

Werkvertaling ´Ecclesia de Eucharistia´

Werkvertaling ´Ecclesia de Eucharistia´
versie 1.6
<center>


ENCYCLIEK
ECCLESIA DE EUCHARISTIA
VAN PAUS
JOHANNES PAULUS II.
AAN DE BISSCHOPPEN
AAN DE PRIESTERS EN DIAKENS
AAN DE RELIGIEUZEN
EN AAN ALLE LEKENGELOVIGEN
OVER DE EUCHARISTIE
IN HAAR RELATIE TOT DE KERK</center>
INLEIDING

1. De Kerk leeft van de Eucharistie. Deze waarheid drukt niet alleen een alledaagse geloofservaring uit, maar bevat in samenvatting de kern van het mysterie van de Kerk. Met vreugde ervaart zij op verschillende manieren de voortdurende vervulling van de belofte: "Weet wel, Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld" (Mt 28,20); Maar in de heilige Eucharistie, door de verandering van het brood en van de wijn in het lichaam en bloed van de Heer, verheugt zij zich in deze tegenwoordigheid met een unieke intensiteit. Sinds de Kerk, het volk van het Nieuwe Verbond, met Pinksteren haar pelgrimstocht naar het hemelse vaderland begonnen is, markeert het heilige Sacrament onophoudelijk haar dagen, ze vervullend met een vertrouwvolle hoop.

Terecht heeft het Tweede Vaticaans Concilie verkondigd dat het eucharistisch Offer "bron en hoogtepunt van het hele christelijke leven" is. "De allerheiligste Eucharistie bevat namelijk de volheid van de geestelijke rijkdom van de Kerk, namelijk Christus zelf, ons Paaslam, het levende brood. Door zijn vlees, dat door de heilige Geest leeft en leven wekt, geeft hij de mensen het leven". Daarom heeft de Kerk de blik voortdurend op haar Heer gericht, aanwezig in het sacrament van het altaar, waarin zij de volle uitdrukking van zijn oneindige liefde ontdekt.

2. Tijdens het grote Jubileum van het jaar 2000 mocht ik de Eucharistie in de Avondmaalszaal te Jeruzalem vieren; daar waar deze, volgens de traditie, voor de eerste keer door Christus zelf werd gevierd. De bovenzaal is de plaats waar dit allerheiligste sacrament is ingesteld. Daar nam Christus het brood in zijn handen, brak het en gaf het zijn leerlingen met de woorden: "neemt en eet hiervan gij allen: dit is mijn lichaam dat voor u wordt overgeleverd" (vgl. Mt.l 26,26; Luc. 22,19; 1Kor 11, 24). Vervolgens nam hij de kelk met wijn in zijn handen en zei hen: "Neemt en drinkt hiervan, gij allen, want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende Verbond, dit is mijn bloed, dat voor u en voor alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden" (vgl. Mc 14,24; Luc. 22,20; 1Kor. 11,25). Ik ben de Heer Jezus dankbaar dat ik op dezelfde plek, gehoorzaam aan zijn opdracht, mocht herhalen: "Blijf dit doen om mij te gedenken" (Luc. 22,19), de woorden die hij 2000 jaar geleden heeft uitgesproken.

Hebben de apostelen die aan het laatste avondmaal deelnamen de betekenis begrepen van die woorden uit de mond van Jezus? Misschien niet. Die woorden zouden pas volledig duidelijk worden aan het einde van het Paastriduum, de periode van donderdagavond tot zondagmorgen. Die dagen omvatten het mysterium paschale, net zoals het mysterium eucharisticum.

3. De Kerk werd geboren uit het Paasmysterie. Om deze reden staat de Eucharistie, als sacrament van het Paasmysterie bij uitstek, in het middelpunt van het kerkelijk leven. Dit is al duidelijk te zien in de eerste beelden van de kerk die ons gegeven worden in de Handelingen van de apostelen: "Ze wijdden zich trouw aan het onderwijs dat de apostelen gaven, en aan de onderlinge gemeenschap, het breken van het brood en het gebed" (2, 42). Het "breken van het brood" verwijst naar de Eucharistie. Tweeduizend jaar later blijven we dit oorspronkelijke beeld van de Kerk voltrekken. Bij elke viering van de Eucharistie worden we geestelijk teruggebracht naar het Paastriduum: naar de gebeurtenissen op de avond van Witte Donderdag, naar het Laatste Avondmaal en wat er op volgde. De instelling van de Eucharistie liep op sacramentele wijze vooruit op de gebeurtenissen die zich kort daarop zouden afspelen, beginnend met de doodsangst in Getsemane. Opnieuw zien we Jezus als hij de Bovenzaal verlaat, met zijn leerlingen de Kedronbeek oversteekt en naar de tuin op de Olijfberg gaat. Zelfs vandaag staan er in die tuin nog enkele zeer oude olijfbomen. Misschien zijn ze de getuigen geweest van wat zich die avond in hun schaduw heeft afgespeeld, als Christus in gebed wordt vervuld met doodsangst en zijn zweet "als bloeddruppels op de grond" viel (Luc. 22,44). Zijn bloed dat hij kort daarvoor aan de Kerk had gegeven als heilsdrank in het Sacrament van de Eucharistie, begon vergoten te worden; het vergieten zou zich spoedig op Golgota voltooien om het werktuig van onze redding te worden: "Christus [...] is gekomen, de hogepriester van de komende goede dingen; [...] Hij is [...] eens en voorgoed het heiligdom binnengegaan, en niet met het bloed van bokken en kalveren maar met zijn eigen bloed heeft Hij een eeuwige verlossing verworven." (Heb. 9,11-12).

4. Het uur van onze verlossing: Hoewel hij zwaar op de proef wordt gesteld, vlucht Jezus niet weg van zijn "uur". "Zal Ik dan zeggen: "Vader, red Mij uit dit uur"? Nee, want juist daarom ben Ik gekomen: met het oog op dit uur." (Joh. 12,27). Hij wilde dat zijn leerlingen hem gezelschap hielden, maar toch moest hij eenzaamheid en verlatenheid ervaren: "Konden jullie dan niet één uur wakker blijven met Mij? Blijf wakker en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken." (Mat. 26,40-41). Alleen Johannes zou aan de voet van het Kruis blijven staan, aan de zijde van Maria en de vrome vrouwen. De doodsangst in Getsemane was de inleiding op de doodsangst van het kruis op Goede Vrijdag. Het heilige uur, het uur van de verlossing van de wereld. Als de Eucharistie wordt gevierd bij het graf van Jezus in Jeruzalem keert men bijna tastbaar terug naar zijn 'uur', het uur van het Kruis en de verheerlijking. Iedere priester die de Heilige Mis viert keert samen met de christelijke gemeenschap die deelneemt in de geest terug naar die plaats en dat uur.

"Hij is gekruisigd, gestorven en begraven; is nedergedaald ter helle; de derde dag verrezen uit de doden". De echo van de woorden van de geloofsbelijdenis klinkt in de woorden van overweging en verkondiging: "Dit is het hout van het Kruis, waaraan de Redder van de wereld heeft gehangen. Komt, laat ons aanbidden." Deze uitnodiging richt de Kerk tot allen in de middaguren van Goede Vrijdag. Ze zal vervolgens in de paastijd verder zingen en verkondigen: "De Heer is opgestaan uit het graf; omwille van ons hing hij aan het Kruis, Alleluia".

5. "Mysterium fidei! - Het Mysterie van het Geloof!". Als de priester deze woorden zegt of zingt, antwoorden alle aanwezigen: "Heer Jezus, wij verkondigen Uw dood, en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt".

In deze of gelijksoortige woorden openbaart de Kerk, terwijl zij naar Christus in het geheim van zijn lijden wijst, ook haar eigen mysterie: Ecclesia de Eucharistia. De Kerk werd door de gave van de Heilige Geest met Pinksteren geboren en uitgezonden op de wegen van de wereld, maarde instelling van de Eucharistie in de Bovenzaal was zeker een beslissend moment in haar vorming. Haar fundament en haar bron is het hele Paastriduum, maar dit is als het ware omvat, geanticipeerd en voor altijd "geconcentreerd" in de gave van de Eucharistie. In deze gave vertrouwde Jezus Christus aan de Kerk de voortdurende tegenwoordigstelling van het Paasmysterie toe. Daarin stichtte hij een geheimvolle "gelijktijdigheid" tussen het Triduum en de loop van de geschiedenis.

Deze gedachte roept gevoelens van diepe verwondering en dankbaarheid op. In het Paasgebeuren en in de Eucharistie die het door de eeuwen heen tegenwoordig stelt, zit een waarlijk enorme "inhoud", waarin de hele geschiedenis aanwezig is als de ontvanger van de genade van de verlossing. Deze verwondering zou altijd de Kerk moeten doordringen die samen is om de Eucharistie te vieren. Maar op bijzondere manier moet deze de bedienaar van de Eucharistie vervullen. Want hij is het die, dankzij de volmacht die hem in het sacrament van de priesterwijding is gegeven, de consecratie bewerkstelligt. Hij is het die met de kracht die hij krijgt van Christus in de Bovenzaal, de woorden uitspreekt "Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt... Dit is de beker van mijn bloed, dat voor u vergoten wordt...". De priester zegt deze woorden, of liever gezegd hij stelt zijn stem ter beschikking aan Hem die deze woorden in de Bovenzaal sprak en die verlangt dat zij in elke generatie herhaald worden door allen die in de Kerk door de wijding deelhebben aan zijn priesterschap.

6. Ik zou deze Eucharistische "verwondering" opnieuw willen opwekken door deze Encycliek, als voorzetting van de erfenis van het Jubileum die ik de Kerk heb nagelaten in de Apostolische Brief 'Novo Millennio Ineunte' en met de mariale kroning 'Rosarium Virginis Mariae'. Het beschouwen van het gelaat van Christus, en om het met Maria te beschouwen, is het "programma" dat ik de Kerk aanwijs op de drempel van het Derde Millennium, en ik roep haar op om in de diepe zee van de geschiedenis uit te varen met het enthousiasme van de nieuwe evangelisatie. Het beschouwen van Christus betekent hem te kunnen herkennen waar Hij zich ook toont, in de vele vormen van zijn aanwezigheid, maar boven alles in het levende sacrament van zijn lichaam en zijn bloed. De Kerk leeft van Christus in de Eucharistie; door Hem wordt zij gevoed en door hem wordt ze verlicht. De Eucharistie is zowel een mysterie van het geloof en een "mysterie van het licht". Als de Kerk de Eucharistie viert, kunnen de gelovigen op een bepaalde manier de beleving van de twee leerlingen op weg naar Emmaus herbeleven: "Nu gingen hun de ogen open en ze herkenden Hem" (Luc 24,31).

7. Vanaf de tijd dat ik mijn dienstwerk begon als de Opvolger van Petrus, heb ik altijd aan Witte Donderdag, de dag van de Eucharistie en van het priesterschap, een teken van bijzondere aandacht willen geven door een brief aan alle priesters van de wereld te sturen. Dit jaar, het 25ste van mijn pontificaat, is het mijn wens om de hele Kerk meer volledig in deze Eucharistische reflectie te betrekken, ook als een manier om de Heer te bedanken voor de gave van de Eucharistie en het priesterschap: "Gave en Mysterie". Door het Jaar van de Rozenkrans uit de roepen, is het mijn wens om deze 25ste verjaardag onder het teken van de beschouwiung van Christus in de school van Maria te stellen. Bijgevolg kan ik deze Witte Donderdag 2003 niet voorbij laten gaan zonder stil te staan bij het "Eucharistisch gelaat" van Christus en met nieuwe kracht de Kerk te wijzen op de centrale plaats van de Eucharistie.

Daar leeft de Kerk van. In dit "levend brood" vindt zij haar voedsel. Hoe zou ik niet de noodzaak kunnen voelen om iedereen aan te sporen om dit opnieuw te beleven?

Paragraaf 8 moet nog vertaald worden

9. De Eucharistie, Christus' reddende aanwezigheid in de gemeenschap van de gelovigen en haar spirituele voedsel, is het meest kostbare bezit dat de Kerk kan hebben in haar reis door de geschiedenis. Dit verklaart de levendige zorg die zij altijd getoond heeft voor het Eucharistisch mysterie, een zorg die een gezaghebbende uitdrukking vindt in het werk van de Concilies en Pausen. Hoe kunnen we niet bewondering hebben voor de doctrinale belichtingen van de Decreten over de Allerheiligste Eucharistie en voor het Heilige Offer van de Mis dat het Concilie van Trente bepleitte? Eeuwenlang hebben deze decreten theologie en catechese geleid, en ze zijn nog steeds een dogmatisch referentiepunt voor de voortgaande vernieuwing en groei van God's volk in geloof en liefde voor de Eucharistie. Drie recente Encyclieken zijn de moeite van het vermelden waard: de Encycliek Mirae Caritatis van Leo XIII (28 Mei 1902), de Encycliek Mediator Dei van Pius XII (20 November 1947) en de Encycliek Mysterium Fidei van Paulus VI (3 September 1965).
Het Tweede Vaticaans Concilie beschouwde, hoewel ze geen specifiek document over het Eucharistisch Mysterie uitgaf, diverse aspecten in haar documenten, en dan met name in de Dogmatische Constitutie over de Kerk, Lumen Genitum en de Constitutie over de Heilige Liturgie Sacrosanctum Concilium.
Zelf schreef ik in de eerste jaren van mijn apostolisch ambt op de Stoel van Petrus de Apostolische Brief Domincae Cenae (24 Februari 1980), waarin ik enkele aspecten van het Eucharistisch mysterie besprak en het belang daarvan voor het leven van diegenen die dat mysterie bedienen.
Nu pak ik weer de draad hiervan op, met nog grotere betrokkenheid en dankbaarheid in mijn hart, als het ware een echo van de woorden van de Psalmist: "Wat zal ik op mijn beurt aan de Heer geven voor al het goede aan mij besteed? Ik hef de beker tot dank voor uw weldaad, de naam van de Heer roep ik uit." (Ps 116:12-13).

10. De toewijding van het Magisterium voor het verkondigen van het Eucharistisch Mysterie is gekoppeld aan de groei binnen de Christelijke gemeenschap. De liturgische hervorming die het Concilie in heeft geluid heeft zeker bijgedragen aan een meer bewuste, actieve en vruchtbare deelname in het Heilig Offer aan het Altaar door de gelvoigen. In veel plaatsen is aanbidding van het Allerheiligst Sacrament een dagelijkse oefening en wordt het een onuitputbare bron van heiligheid. De toegewijde deelname van de gelovigen in de Eucharistische processie voor de gewijdheid van het Lichaam en Bloed van Christus is een genade van de Heer die jaarlijks vreugde brengt aan hen die er aan deelnemen.
Andere positieve tekenen van Eucharstisch geloof en liefde kunnen ook genoemd worden.
Helaas, samen met deze lichten, zijn er ook schaduwen. In sommige plaatsen komt Eucharistische aanbieding haast niet meer voor. In verschillende delen van de Kerk hebben misbruiken plaatsgevonden, die geleid hebben tot verwarring over oprecht geloof en de Katholieke leer over dit prachtige sacrament.

Soms komt men een zeer beperkt begrip van het Eucharstisch mysterie tegen. Verwijderd van haar betekenis als offer, wordt de Eucharistie gevierd als ware het een broederlijk banket. Verder wordt ook de noodzaak van het priesterambt, gegrond in de apostolische successie, soms verduisterd en wordt de sacramentele natuur van de Eucharstie gereduceerd tot slechts een vorm van verkondiging. Dit heeft hier en daar geleid tot oecumenische initiatieven die, hoewel goedbedoeld, verzinken in Eucharistische handelingen die in tegenstelling zijn met de discipline waarmee de Kerk haar geloof uitdrukt. Hoe kunnen we niet onze diepe droefenis hier over uitspreken? De Eucharistie is een te kostbaar geschenk om nonchalance en onderwaardering te aanvaarden. Ik heb goede hoop dat deze Encycliek zal helpen om de donkere wolken van onaanvaardbare leer en praktijk te verdrijven, zodat de Eucharistie zal blijven schijnen in haar stralende mysterieusiteit.

HOOFDSTUK EEN
HET MYSTERIE VAN HET GELOOF
11. "De Heer Jezus op de nacht dat hij verraden werd" (1 Cor 11:23) stelde het Eucharistisch Offer van zijn lichaam en bloed in. De woorden van de Apostel Paulus brengen ons terug naar de dramatische achtergrond waartegen de Eucharistie geboren werd. De Eucharistie is onuitwisbaar gemarkeerd door het lijden en dood van de Heer, waarvan het niet alleen een herinnering maar ook een sacramentele re-presentatie is. Het is het offer van het kruis voortgezet door de eeuwen. Deze waarheid is goed uitgedrukt door de woorden waarin men in de Latijnse ritus antwoord op de priester's verkondigen van het "Mysterie van het Geloof" "Wij verkondigen uw dood, O Heer".
De Kerk heeft de Eucharistie ontvangen van Christus haar Heer niet als een geschenk -hoewel kostbaar- samen met vele anderen, maar als het geschenk par excellence, want het is de gave van hemzelf, van zijn persoon in zijn heilige menselijkheid, alsook de gave van zijn reddende werk. Ook blijft het niet beperkt tot het verleden, omdat "alles dat Christus is - alles wat hij deed en leed voor alle mensen - deelnemt in de goddelijke eeuwigheid, en zo alle tijden overstijgt.
Wanneer de Kerk de Eucharistie viert, de herdenking van de dood en verrijzenis van haar Heer, wordt deze centrale gebeurtenis van verlossing werkelijk aanezig en "wordt het werk van verlossing uitgevoerd."
Dit offer is zo beslissend voor de verlossing van de mensheid dat Jezus Christus het gaf en teruggaf aan de Vader pas toen hij ons een manier gegeven had om er in te delen alsof we er zelf aanwezig waren. Elke gelovige kan er dus deel in nemen en er onuitputtelijk de vruchten van plukken. Dit is het geloof waarvan generaties Christenen door de eeuwen hebben geleefd. Het Magisterium van de Kerk heeft steeds dit geloof steeds bevestigd met blijde dankbaarheid voor dit Inaestimabile Donum.
Graag herhaal ik nog eenmal deze waarheid en voeg ik me bij u, mijn dierbare broeders en zusters, in aanbidding voor dit mysterie: een groot mysterie, een mysterie van medelijden. Wat had Jezus nog meer voor ons kunnen doen?
In de Eucharistie toont hij ons een liefde "tot het einde toe" (Joh 13:1), een liefde die geen maat kent.

12. Dit aspect van de universele liefde van het Eucharistisch Offer is gebaseerd op de woorden van de Verlosser zelf. In de instelling ervan zei hij niet alleen: "Dit is mijn lichaam", "dit is mijn bloed," maar voegde hij daaraan toe: "dat voor u gegeven wordt", "dat voor u vergoten wordt" (Lk 22:19-20).
Jezus zei niet slechts dat datgene wat hij hen te eten en drinken gaf zijn lichaam en bloed was; hij drukte ook haar betekenis als offergave uit en maakte zijn komde kruisoffer voor de verlossing van allen sacramenteel aanwezig.
"De Mis is tegelijkertijd, en onafscheidelijk, de offerherdenking waarin het offer van het Kruis wordt voortgezet en het heilig banket van communie met het lichaam en bloed van de Heer."
De Kerk put voortdurend haar leven uit het verlossende offer; zij benadert het niet alleen door een geloofsvolle herinnering, maar ook door een werkelijk contact, omdat dit offer steeds opnieuw aanwezig wordt gemaakt, sacramenteel voortgezet, in elke gemeenschap die het opdraagt door de handen van de gewijde ambtsdrager.
De Eucharistie past dus voor alle mannen en vrouwen vandaag de verzoening toe die voor allen werd gewonnen door Christus. "Het offer van Christus en het offer van de Eucharistie zijn één enkel offer." Sint Johannes Chrysostom sprak mooi: "We offeren altijd hetzelfde Lam, niet één vandaag en een ander morgen, maar altijd dezelfde. Daarom is er altijd maar één offer... Zelfs nu offeren we dat slachtoffer dat eens werd geofferd en die nooit verteerd zal worden."
De Mis maakt het offer van het Kruis aanwezig, het voegt niet toe aan dat offer noch vermenigvuldigt het. Wat herhaald word is de herdenkingsviering, de "gedenkende vertegenwoordiging" (memorialis demonstratio), die Christus' ene definitief verlossend offer altijd aanwezig maakt. De offerende natuur van het Eucharistisch mysterie kan dus niet verstaan worden als iets aprats, onafhankelijk van het Kruis of slechts indirect verwijzend naar het offer van Calvarië.
 
 

 

Rorate Zoeken