Dagelijks nieuws van Rorate op Facebook en Twitter

Voor het dagelijkse nieuws vanuit katholiek perspectief gaat u vanaf nu naar de Facebook-pagina of Twitter-account van Rorate. Daar delen we de meest interessante nieuwtjes van diverse Nederlandse, Vlaamse nieuwsbronnen. Van de berichten die nog op deze site verschijnen krijgt u - indien u geabonneerd bent - wekelijks een elektronische nieuwsbrief, in de nacht van zaterdag op zondag. Binnen afzienbare tijd zal deze pagina volledig worden herzien. 

Wat is er mis met de eucharistie?

Wat is er mis met de eucharistie?
GENT (RKnieuws.net) - Niet alle misgangers zijn echte eucharistievierders. Het is een onderhuidse spanning, zowel in de hedendaagse kerkopbouw als in de liturgische vernieuwing. Dat staat te lezen in het mei-nummer van KERKPLEIN, het maandblad van het bisdom Gent.
Veel katholieken beleven hun geloof ,,zoals zij het altijd geleerd hebben´´. De vraag mag gesteld worden hoelang dat ,,altijd´´ eigenlijk duurt? Zo spreekt men in de kerk al bijna 40 jaar, sinds het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-1965), niet meer over ,,naar de mis gaan´´ maar over ,,eucharistie vieren´´. Dat betekent veel meer dan het invoeren van een nieuw (eigenlijk heel oud) woord. Het geeft een ander visie weer op het gebeuren, een visie die zich herbrond heeft in de oorspronkelijke bedoeling van de eerste christenen toen zij samenkwamen ,,in een of ander huis´´ voor ,,het breken van het brood´´. Het ritueel dat in hun midden vorm kreeg groeide in de loop der eeuwen uit tot een ceremoniële eredienst die als het waarmerk stond voor de rooms-katholieke christenen. Het was hun ,,zending´´, in het Latijn missio. De laatste woorden van de dienst waren dan ook ,,Ite, missa est´´ (Gaat, de zending is volbracht´´). En de mis was uit.

De mensen stroomden de kerk uit. Vijftigplussers herinneren zich dat nog goed. Er was toen heel veel volk. In de hoogmis zat de kerk soms nokvol. Tot achter de pilaren had men zijn stoel gevonden, ook al kon je vandaar het priesterkoor niet zien. Maar dat hoefde niet echt. Ginder heel ver aan het hoofdaltaar voltrok de priester het ceremonieël in het latijn, met de rug naar het volk. Iedereen wist wat er gebeurde: tijdens de consecratie veranderde brood en wijn in het lichaam en het bloed van Christus. Vermits hij één was met de Vader, was God dus zelf aanwezig in de hostie, die de priester boven het hoofd stak. Een gongslag of belgerinkel verwittigde je wel als het zover was. Dan werd het heel stil. Velen bogen devoot het hoofd. Sommigen hadden van de zusters geleerd om de aanwezigheid van de levende Heer te beamen met een innerlijk gebed ,,Mijn Heer en mijn God´´.

Eigenlijk was de voornaamste zending of opdracht van de gelovige: eveneens aanwezig zijn en zich aan God toevertrouwen. Als je in de ,,goede gesteltenis´´ was (vrij van ernstige zonden en met een nuchtere maag), kon je ook deelnemen aan de gave van God door te comuniceren. Maar noodzakelijk was dat niet. Gods aanwezigheid beamen volstond. Dat was ,,naar de mis gaan´´. Zo werd je ziel geheiligd. Het was jje zondagsplicht.

In de preek werden ook andere plichten van evangelisch en kerkelijk leven toegelicht. De zending beperkte zich niet tot de gewone dienst: je werd in de wereld gezonden met de opdracht een goed mens te zijn, trouw aan de christelijke moraal en aan de sacramenten. Vele eeuwen hebben miljoenen katholieken over de hele wereld de evangelische geloofsschat op deze wijze gedragen en beleefd. Hun hardnekkige trouw aan deze zending was (en is) ontoerend: hij hield Jezus Christus en zijn boodschap levend tot in de 21-ste eeuw.

Maar zoals gezegd zorgde de heilige Geest in de tweede helft van de twintigste eeuw voor een diepgaande herbronning en koerswijziging. Het Tweede Vaticaanse Concilie herondekte en herdefinierde de kerk als levende gemeenschap, die als een Lumen Gentium, een ,,Licht voor de Volkeren´´, zou zijn. Zij was dus niet meer alleen een heilsinstituut dat zich tot de individuele gelovige richtte omwille van zijn zielenheil. In die context kwamen er liturgische vernieuwingen die het nieuwe kerkgevoel konden uitdrukken. De mis werd een eucharistieviering.

Het woord komt van het Griekse werkwoord eucharistein (dankzeggen). In het instellingsverhaal horen we dat Jezus brood en wijn nam, ze zegende, een dankgebed uitsprak, waarna Hij het voedsel als ,,mijn lichaam´´ en ,,mijn bloed´´ uitdeelt aan zijn leerlingen. De zegen en het dankgebed verwijzen eigenlijk naar de joodse tafelzegen, een gedenkende lofprijzing van God voor zijn wonderwerken. Als vertaling van de Hebreeuwse term betekent eucharistein eigenlijk ,,zich goed gedragen als iemand die iets ontvangen heeft´´. Wat wij van God ontvangen hebben, is : het leven. Jezus ,,gedraagt zich goed´´ tegenover God door zijn leven te geven en te delen met ons en Hij vraagt ons ,,evenzo´´ te doen. Dat is onze zending, onze missio.

De theologen hebben dit gebeuren haarscherp geanalyseerd. Zij beklemtonen nu eens het offer-karakter, dan weer het maaltijd-karakter van het sacrament en richtten de focus nu eens op de werkelijke aanwezigheid van de Heer en dan weer op de zending van de gelovigen in de wereld. De eucharistieviering heeft dus vele dimensies en betekenislagen. Dat is haar mysterie-volle rijkdom. Daarom droomde het concilie ervan dat de kerk zou bestaan uit mensen die rond deze rijkdom groep en gemeenschap zouden vormen. Niet meer als individuele heilzoekers die achter hun pilaar de dienst ,,uitzitten´´, maar als geëngageerde groepsleden die elkaar opzoeken ,,rond het altaar van de Heer´´.

Het altaar werd dan ook centraal geplaatst, de voorganger kreeg oogcontact met de verzamelde gemeenschap, de liturgie nodigde uit tot ,,actieve deelname´´ van de gelovigen, de woorddienst speelde creatiever in op de vragen en noden van de gemeenschap en van de maatschappij, steeds meer gelovige mannen en vrouwen kregen een functie in de liturgie, teksten en muziek werden meer ,,eigentijds´´, liturgische voorwerpen, meubilair en decorum ondersteunden visueel deze nieuwe geest ...

Een aantal trouwe aanwezigen heeft aan dat alles echter geen boodschap (gehad). Lijdzaam ondergingen ze alle vernieuwingen, zonder dat de eigenlijke bedoelingen ervan hen raakten. Ze bleven trouw aan hun zending: de mis bijwonen. Hun enige zorg was of die nieuwe liturgie wel een ,,geldige´´ mis was. Bovendien kreeg sinds de jaren zeventig het liturgisch enthousiasme iets pijnlijks: de verzamelde gemeenschap dunde uit. Niet zelden staan de voorganger en zijn medewerk(st)er nu oogcontact te zoeken met een klein groepje gelovigen dat zich achteraan in de kerk bevindt. De voorste helft tot tweederde van het schip bestaat uit lege stoelen. De indruk groeit dat een flink deel van de trouw gebleven aanwezigen, de zichtbare zowel als de onzichtbare, eigenlijk ,,misgangers´´ zijn, maar geen mensen die gemotiveerd en samen eucharistie komen vieren. Dit leidt tot een patstelling. Want enkel inspelen op de verwachtingen van de misgangers (en dus gewoon de mis doen) gaat in tegen de postconciliaire gemeenschapsopbouw en nog meer of verdergaande liturgische vernieuwingen lijken geen aarde (meer) aan de dijk te brengen. Zij worden immers vaak al even individualistisch geconsumeerd, zonder dat zijn het engagement als kerklid, laat staan als hedendaags christen-in-de-wereld versterken.

Helemaal verkeerd is te veronderstellen dat de liturgische vernieuwingen opnieuw meer mensen naar de kerk zal lokken. Die zullen maar komen als ze gehaald worden door de huidige trouwe aanwezigen, dat wil zeggen als de gemeenschap van binnen het kerkgebouw ook zichtbaar is buiten het kerkgebouw. Maar dan als een aantrekkelijke gemeenschap van mensen die ,,zich goed gedragen als iemand die iets ontvangen heeft´´, die solidair hun leven met anderen delen en op die wijze de werkelijke aanwezigheid van de levende Heer in deze wereld bevestigen. Kortom de kerk kan maar iets betekenen en nieuwe mensen aantrekken, als zij een eucharistische gemenschap is. Zo´n gemeenschap wordt genspireerd, gevoed en gevormd rond het altaar van de Heer. (tb)
 
 

 

Rorate Zoeken