Dagelijks nieuws van Rorate op Facebook en Twitter

Voor het dagelijkse nieuws vanuit katholiek perspectief gaat u vanaf nu naar de Facebook-pagina of Twitter-account van Rorate. Daar delen we de meest interessante nieuwtjes van diverse Nederlandse, Vlaamse nieuwsbronnen. Van de berichten die nog op deze site verschijnen krijgt u - indien u geabonneerd bent - wekelijks een elektronische nieuwsbrief, in de nacht van zaterdag op zondag. Binnen afzienbare tijd zal deze pagina volledig worden herzien. 

Laken: interview met deken Cosijns

Laken: interview met deken Cosijns
LAKEN (RKnieuws.net) - Naast adjunct van de Brusselse hulpbisschop De Kesel is Herman Cosijns ook deken van het decanaat Laken. Na een carrière in de Verrijzenisparochie in Sint-Jans-Molenbeek en Christus-Koning op de Mutsaard, in Gezinspastoraal-Brussel en als verantwoordelijke voor het pastoraal project voor Brussel, kwam deze boerenzoon uit Herne in 1995 in Laken terecht.


Kun je kort je decanaat voorstellen?

Het decanaat Laken omvat 10 parochies. Het situeert zich in het noordwesten van Brussel. Het koninklijke paleis ligt er in het midden. De parochies bevinden zich op het grondgebied van Laken, Neder-Over-Heembeek en Jette. Grosso modo zijn de samenwerkingsverbanden in de pastorale eenheden iets anders in de Nederlandstalige pastoraal dan in de Franstalige pastoraal. Bij de Nederlandstaligen zijn er vier pastorale eenheden, langs Franstalige zijde evolueert men naar drie pastorale eenheden. De pastoraal is in Laken nogal autonoom, en in die zin geeft het verschil tussen Franstalige en Nederlandstalige pastorale eenheden geen wezenlijke problemen. De samenwerking – waar die gebeurt – gebeurt trouwens altijd lokaal, in de eigen parochie. De plaats waar men samenkomt is ook de plaats waar men overleg moet plegen met de andere autonome pastoraal. Dat gebeurt praktisch per parochie.

Zijn er nog andere geloofsgemeenschappen in Laken?

Ja, dat is een ontdekking: hier in Laken zijn alle denominaties aanwezig. Er is bijvoorbeeld een Roemeense protestantse charismatische groep die iedere zondag samenkomt met een 300 à 400 mensen. Maar je vindt er ook een Franstalige evangelische kerk, een Russisch-orthodoxe kerk of een boeddhistische pagode. Daarnaast zijn er ook Marokkaanse en Turkse moskeeën. Met de Turkse moskee heb ik zelfs goede contacten. Je hebt bijna nooit gedaan om de rijkdom aan gelovigen hier te ontdekken. Het is verwonderlijk. Naar de buitenwereld toe is Brussel een ongelovige stad. Maar als je erin zit, krioelt het van mensen die zoeken, of op de een of andere manier gelovig zijn. In die zin is het een vorm van rijkdom. Tegelijkertijd is het ook een vorm van armoede, omdat de katholieke christelijke gemeenschap uitdunt.

Zet je als deken ook pastorale krachtlijnen uit?

Een deken heeft veeleer een bemiddelende functie, tussen de leiding en de parochies. De deken kan maar pastorale krachtlijnen uitzetten bij gratie van de consensus tussen de verantwoordelijken, de priesters, diakens en pastoraal werk(st)ers. Hier in Laken hebben we een consensus op het vlak van vorming. Langs de Nederlandstalige kant is er de Credoreeks, bij de Franstaligen is dat de ‘Ecole de la foi’.
De deken heeft volgens mij twee grote opdrachten: enerzijds de zorg voor mensen die aan pastoraal werk doen, meestal individueel, en anderzijds het samenbrengen van deze mensen in groepsverband om samen na te denken over geloof en pastoraal, om elkaar te informeren, om problemen te bespreken. Het echte beleid wordt in de parochies of de pastorale eenheid gevoerd. Soms kunnen initiatieven, die de parochies overstijgen, groeien in het samenkomen van de pastores.

Zijn er opvallende evenementen die in dit decanaat veel bijval kennen of veel mensen in beweging zetten?

Ik denk dat we tevreden mogen zijn over onze Credoreeks en over ‘Ecole de la foi’. Anderzijds herinner ik me het mooie moment ten tijde van het jubeljaar, toen we met het hele decanaat naar de kathedraal van Brussel op bedevaart gingen. Zowel langs Franstalige als langs Nederlandstalige zijde was dat een groot succes. Ik vroeg me toen af of we jaarlijks zoiets zouden kunnen organiseren waardoor wij op weg zijn naar iets of beter gezegd, naar Iemand. Maar na het jubeljaar hebben we daar spijtig genoeg niets meer van gemaakt omdat de organisatie van de Credoreeks onze volle aandacht vergde.

Op weg zijn is belangrijk?

Wat er ter plaatse gebeurt, is het belangrijkste, maar mensen andere parochies en andere mensen laten ontmoeten is ook belangrijk. Het geeft een gevoel van te werken en te leven in een grotere kerk, in een groter geheel. Je krijgt tijdens deze grotere ontmoetingen het gevoel een universele kerk te zijn in plaats van een groepje waarvan men soms het gevoel heeft dat het geen toekomst meer heeft.

Zie je specifieke uitdagingen voor dit decanaat? Waar wil je in de toekomst de klemtoon op leggen?

De twee klemtonen zijn en blijven: vorming en ontmoeting. Allereerst vorming. Ik denk dat het belangrijk is om de kern van het geloof opnieuw te ontdekken, dat we de vreugde van het geloof opnieuw vinden, dat we ons geloof kunnen verwoorden en eventueel verantwoorden. Daarvoor is vorming belangrijk. De tweede prioriteit is het belang van ontmoetingen over de grenzen van de parochies heen, zeker voor verantwoordelijken en pastores.

Heeft een deken een bepaalde spiritualiteit?

Een collega deken heeft het ooit eens zo verwoord: als je deken wordt, dan leer je omgaan met de onmacht om dingen te veranderen. Ik denk dat dat één van de elementen is van de spiritualiteit van de deken. Een deken heeft niets te beslissen, heeft alleen maar dingen mogelijk te maken en mensen te bevorderen en te bevestigen. Hij neemt geen beslissingen op lokaal vlak of op vlak van het bisdom. Hij probeert de communicatie tussen vele mensen te bevorderen. Het is ook belangrijk dat hij mensen bevestigt, vooral de benoemden in zijn decanaat. Deze bevestiging vraagt een geloof in de mogelijkheden van de andere, een geloof dat er meer in de andere zit dan er nu is, ‘plus est en vous.’ De deken zal regelmatig de vraag moeten stellen: waar gaat het nu eigenlijk om? Zijn we met de kern van de zaak bezig of niet? Hoe kunnen we de spirit erin houden en toch goede organisatoren zijn? Dit alles zal de spiritualiteit van een deken mee bepalen.

Naast deken ben je ook adjunct van mgr. De Kesel. Maakt dat je taak als deken makkelijker of moeilijker?

Ik denk ik het moeilijker en gemakkelijker heb. Moeilijker in de betekenis dat ik veel tijd besteed aan het adjunct-zijn. Er kruipen vele uren in van werken, ontmoeten, vergaderen, conflictbemiddeling… Uren die ik natuurlijk niet in het decanaat ben. Anderzijds is het ook een groot voordeel: je hebt door je functie meer zicht op het geheel van Brussel en dus ook op je eigen decanaat en de plaats ervan. Een ander voordeel is dat je je eigen problemen kunt plaatsen in een groter geheel. (tb)
 
 

 

Rorate Zoeken