Dagelijks nieuws van Rorate op Facebook en Twitter

Voor het dagelijkse nieuws vanuit katholiek perspectief gaat u vanaf nu naar de Facebook-pagina of Twitter-account van Rorate. Daar delen we de meest interessante nieuwtjes van diverse Nederlandse, Vlaamse nieuwsbronnen. Van de berichten die nog op deze site verschijnen krijgt u - indien u geabonneerd bent - wekelijks een elektronische nieuwsbrief, in de nacht van zaterdag op zondag. Binnen afzienbare tijd zal deze pagina volledig worden herzien. 

Toespraak kardinaal Danneels op viering 50 jaar VUKPP

Toespraak kardinaal Danneels op viering 50 jaar VUKPP
AVERBODE (RKnieuws.net) - Kardinaal Godfried Danneels heeft zaterdag in de abdij van Averbode een toespraak gehouden naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van de VUKPP (Vereniging der Uitgevers van de Katholieke Periodieke Pers). De kardinaal sprak over het katholieke schrijvende middenveld. Emilio Platti kreeg er de tweejaarlijkse prijs voor het Religieuze Boek voor zijn werk over de islam. De kardinaal werd gelauwerd voor zijn gezamenlijk oeuvre.
"De meeste van u die hier aanwezig bent, behoren tot wat ik graag zou noemen ‘het schrijvende katholieke middenveld’. Al wat op dit middenveld is opgegroeid , is van geboorte ergens dochter van het katholicisme, ja zelfs van het Rijke Roomse leven uit de voorgaande eeuw. Maar al die dochters zijn groot geworden : ze gaan voor een deel hun eigen wegen, zoals alle dochters, eens ze niet meer moeten eten uit de hand van hun ouders. Daarom is het landschap van de katholieke periodieke pers vandaag ook zo gevarieerd : van uitdrukkelijk katholiek (Kerk en Leven) tot soft naamkatholiek of zelfs naamchristelijk, met een sterk verschillende achterban of zelfs gewoon quasi pluralistisch, omwille van een enigszins begrijpelijk cliëntelisme. En dan worden natuurlijk de vragen gesteld naar de C of de K, zij het dan soms meer bij de redacties dan bij de gewone piot uit het lezerspeleton.

De katholieke periodieken en zeker deze vereniging, is in oorsprong nog een symptoom van dat Rijke, ja zelfs strijdende Roomse leven. Ontstaan tijdens de koningskwestie, aan elkaar gelijmd tijdens de schoolstrijd en uiteindelijke beland in de ietwat warrige tijden van de na-conciliaire periode. Daarenboven was de katholieke ‘zuil’ lange tijd de enige echt valabele voetbalploeg op de maatschappelijke grasmat. Dit leidde tot een rechtmatige -maar toch altijd wat riskante - fierheid.

Toen is de druk gekomen vanwege overheid en andere zingevingszenuwcentra om ‘in te breken’. Als door een moderne Eva werd die paradijselijke rust en de tranquilla possessio verstoord, door haar appel van concrete voordelen en susbsidies – om zo te zeggen bijna omgekocht –. Adam werd bekoord om de katholieke middenpositie te verlaten voor duidelijk meer links of rechts. Want dat middenveld was en is de luis in Eva’s pels. De verlokking kon dan ook niet uitblijven om ofwel dan maar het kamp te kiezen van de ‘frères ennemis’ of ontmoedigd te worden door die ijver van de overheid om met overheidsgeld dirigistisch een nieuw middenveld te creëren.

Maar het lijkt er erg op dat Adam dan toch is wakker geschoten uit zijn slaap bij de boom des levens : het katholieke middenveld krijgt zijn geheugen terug en er groeit een – schuchter - bewustzijn dat het christenzijn - en zelfs het katholiek zijn - een waardevolle schat is van waarden. En aangezien elk triomfalisme nog ver af blijft, is er geen enkel risico als deze rechtmatige fierheid over de eigen katholieke roots wat meer gecultiveerd wordt.

Overigens keert dat katholieke middenveld toch nooit terug naar een triomfalistische toonzetting. Het wordt nooit meer één zuil, want het is blijft al lang een tempel met veel kolommen en kolommetjes. Ze schragen wel hetzelfde dak maar ze zijn vele. Al is het ook zo dat ze meer en meer beginnen vermoeden dat - over de verlokking heen om te blijven stilstaan bij de cultus van mythische stichters - ze zoveel meer nog gemeenschappelijk hebben met andere katholieke bewegingen uit datzelfde middenveld. Er groeit weer stilaan een collectief katholiek middenveldsbewustzijn.

Daarom is wellicht ook goed als ik vandaag – onafhankelijk van 13 juni – de waarde wil herbevestigen van het spontane (en niet met overheidsmiddelen uit de grond gestampte ) middenveld. Misschien mag ik ook wat helpen om uw geheugen enigszins te herbebossen. Niet door het preconciliaire roomse leven van weleer weer tot leven te willen wekken of zelfs als model voor te stellen voor vandaag, maar door juist aan te tonen dat het katholieke middenveld over belangrijk christelijk genetisch materiaal beschikt. Deze vereniging die nu volwassen is en vijftig jaar is geworden – draagt in zich kostbare stamcellen die onmisbaar zijn voor therapie en revitalisatie van de maatschappij van de toekomst. Het hoeft daarom nog geen kloon te worden.

Wat is nu wel dit genetisch materiaal? Het is in de eerste plaats de blijvende en deugddoende spanning tussen ‘persoon en ‘gemeenschap’. Dit bancaal evenwicht tussen het ‘ik’ en het’wij’, het individu en de maatschappij, behoort tot de wijsheid en de overlevingskracht van het ‘katholiek’ zijn. In een tijd van overmatige individualisering is het katholiek zijn – in de zin van allesomvattend – een onmisbaar therapeutisch correctief. En tegen de totalitaire utopieën of een ’vertrossende’ globalisering in, is de nadruk op de uniciteit van de menselijke persoon, vitaal om te overleven. Het avontuur van de sovjet- en andere regimes is daarvan - indien het nog moet -het experimenteel bewijs.

Een ander stuk kostbaar genetisch materiaal zit in het type mens dat we christen noemen. Vaak zijn we al te zeer geneigd om het label christelijk of katholiek af te meten aan de inhoud van wàt verkondigd wordt of het institutioneel kader waarin de boodschap wordt belichaamd. Om het eenvoudiger te zeggen : we willen niet prediken en niet eng rooms zijn. Maar de vraag ligt dieper : katholiek zijn of christen is in de eerste plaats een bepaald type mens zijn en dit aan andere ook voorhouden en doorgeven.

En wie is die mens? Het is het type mens dat gedreven door drie vitale impulsen die je elders niet vindt. Hij is een boom met drie wortels. Men kan ze noemen : geloof; hoop en liefde. Alle drie zijn verschillend, maar ze horen onafscheidelijk samen. Ze houden zelfs mekaar in evenwicht en elke verstoring van dit delicate evenwicht tussen geloven hopen en beminnen, is pathogeen. En de grootste van de drie – nu en vandaag – is de hoop. De grootste in se zal wel de liefde zijn, want die blijft duren zoals Paulus het zegt.

Ze horen samen. Vooreerst geloof en hoop horen samen. Zonder geloof kan de hoop niet leven : ze vervluchtigt tot dromerij. De Hebreeuwerbrief zegt : “Het geloof is de vaste grond van wat we hopen” (He 11,1). Moesten er de historische heilsfeiten niet zijn van Oud en Nieuw Testament, dan is onze hoop en ijdel of vrome verbeelding. De vaste grond van het geloof, maakt dat ons hopen geen utopie is zonder grond.

Maar omgekeerd is het geloof zonder aansluitende hoop steriel : het is niets meer dan een archeologische tumulus van voorbije feiten, die alleen materiaal zijn voor de geheugenles. Want het geloof alleen, kan bevestigt enkel maar dat er vroeger ooit hoopvolle dingen zijn geweest, maar voor de toekomst is er geen boodschap. De krater van Gods verrassingen is uitgedoofd en het is niet zeker of er ooit nog een eruptie te verwachten is. Dat delicate samenspel van geloof en hoop is een fundamenteel kenmerk van de authentieke christelijke mens en zijn spiritualiteit. In de hoop zit er al geloof opgeslagen ; we kunnen enkel rechtmatig hopen dat er iets zal gebeuren, als er al iets gebeurd is dat hoopvol was. En omgekeerd : in het geloof zit er ook al hoop : als het eens zo geweest is, dan zal het nog wel zijn, vermits Hij die dat hoopvolle in het verleden deed, er is en blijft.

Uit deze ineenstrengeling van geloof en hoop volgt dat de christen ontsnapt aan een dubbele bekoring : die van het vermetel vertrouwen en die van het gebrek aan verbeelding. Wie alleen maar uitziet naar de toekomst en enkel in handen heeft wat hij zelf kan, maar los van elke backing die hem vanuit het geloof toekomt, wordt spoedig geheugenloos. Hij weet niet wat er gebeurd is. En geheugenloze revolutionnairen belanden in de kortste keren in een nieuw conservatisme : ze zijn al vroeg het opjutten moe en willen gaan rusten op hun lauweren. Ze hadden dan ook maar utopische en valse hoop.

Aan het andere eind staat het gebrek aan verbeelding : wie alleen achterom wil kijken en denkt daarmee te kunnen vorderen, is een kaartenlezer die geen stap vooruitzet. Hij vergeet daarbij ook dat hij op de concrete weg die voor hem ligt , veel méér - een ‘plus’- zal tegenkomen, wat nog nooit in kaart is gebracht.

Maar er is ook een link tussen hoop en liefde. Wie op God vertrouwt gaat aan de slag voor mensen. Ook hier gaat het om een evenwicht tussen enerzijds wachten, hopen en vertrouwen en anderzijds de handen uit de mouwen steken. De christen is het type mens die vast zit op zijn stoel maar altijd op het puntje van die stoel . Het is geen luie strandzetel, maar een schopstoel die hem verder jaagt. Hopen is daarom altijd inchoatief beminnen. De hoop blijft onrijp als ze niet aan het werk gaat.

Geloof, hoop en liefde zijn die drie gevoelige sensoren die van de mens een goeie ‘aftaster’ maken van de werkelijkheid. Ze maken van hem ook een goede bewoner en beheerder van de tijd. Geen van de drie sensoren kan de andere missen. Het geloof ziet wat er al is. De hoop zegt wat er nog komen zal. De liefde bemint wat er al is, de hoop houdt al van wat er nog niet is, maar wel zal komen. We kunnen geen van de drie missen al lijkt het er op in onze tijd dat de hoop bovenaan staat in het ‘rampenplan’.

Maar misschien zeggen sommigen onder u : maar is het wel eigen aan de christen : geloven, hopen en beminnen? Doen niet alle mensen dat? Ja en neen. Er bestaat inderdaad een soort profaan geloof, hoop en liefde. Elke mens mag en moet in zijn geheugen putten om te zien wat er gebeurd is in het verleden en om er op te steunen. Hij moet ook vooruitzien in hoop en risico’s nemen : het leven stagneert immers niet. Hij moet beminnen, al was het alleen al omdat hij om te bestaan op de wederliefde van de anderen is aangewezen. Maar er blijft een groot verschil. Waar de ligt de hefboom om op steunen bij dat geloven, hopen en beminnen? In de mens zelf en in zijn goede wil en zijn krachten? Wie zegt dat hij dat klaarspeelt? Alle goede wil tot vrede van de hele wereld samengebundeld kan te niet gedaan worden door één act van terrorisme. Is de mens – en zelfs de mensheid – in staat om de extrasystolen van zijn hart, te voorkomen?

Misschien zijn dit profaan geloof, die profane hoop en die profane liefde het eerste licht van een verborgen zon. Maar of die zon er komt is niet zeker. Is het misschien maar noorderlicht in de poolnacht magnetische luchtspiegeling - of is het een echte dageraad? De christen weet dat het de dageraad is, omdat hij weet van de Zon. Het is hem door die Zon zelf aangezegd. Geloven, hopen en beminnen steunt niet op zijn eigen menselijke krachten – zelfs niet die van de hele mensheid van alle tijden samen – maar op Gods kracht. En dat Godsbesef kleurt alles anders en die God is uiteindelijk het enige punt van Archimedes, waarop de hefboom van geloof, hoop en liefde kunnen steunen.

Het christelijk middenveld is de plaats waar dat type mens gecultiveerd wordt, denkt, leeft en werkt. Het gaat dus in de periodieken om veel meer dan een religieus woordje of een kerstverhaal : het gaat om een hele beschaving en cultuur waar alles mekaar in evenwicht houdt : persoon en gemeenschap, verleden, heden en toekomst, geloof, hoop en liefde, God en de mens, genade en inspanning. In dit type mens schuilt een ongelooflijke kracht.

Wie willen ‘ inbreken’ beseffen dit misschien beter dan de huisbewoners zelf. Trouwens men zal niet inbreken als er niets te breken valt. De bewoners moeten zich misschien meer vragen stellen, waarom er zo’n ijver heerst om de omheining af te breken en de tuin van het katholieke middenveld te annexeren bij het stadspark. Er is weinig gevaar voor een eng ‘identitair’ bewustzijn, maar een dringende nood om het kameleonbestaan in te ruilen voor een kleuriger pluimage. Is het wel goed om de kleur aan te nemen van het blad waarop we zitten? Een duidelijker kleur aannemen is aangewezen. Willen we vergeten worden of opgemerkt?

Want we mogen nog hopen. En nog voor veel meer dan voor nog eens vijftig jaar. Als we niet vergeten waarom." (tb)
 
 

 

Rorate Zoeken