Dagelijks nieuws van Rorate op Facebook en Twitter

Voor het dagelijkse nieuws vanuit katholiek perspectief gaat u vanaf nu naar de Facebook-pagina of Twitter-account van Rorate. Daar delen we de meest interessante nieuwtjes van diverse Nederlandse, Vlaamse nieuwsbronnen. Van de berichten die nog op deze site verschijnen krijgt u - indien u geabonneerd bent - wekelijks een elektronische nieuwsbrief, in de nacht van zaterdag op zondag. Binnen afzienbare tijd zal deze pagina volledig worden herzien. 

Mijn moeite met de brief van Mgr. Bonny

De afgelopen week heeft het verschijnen van een brief van Mgr. Johan Bonny, de bisschop van Antwerpen het kerkelijk leven in Vlaanderen en verre omstreken voor de nodige opschudding gezorgd. Daarin uit hij zijn verwachtingen ten aanzien van de op handen zijnde bisschoppensynode in Rome over huwelijk en gezin. Bonny maakt zich zorgen over de kloof die er is ontstaan tussen het officiële kerkelijke spreken over seksualiteit en huwelijk en datgene wat de kerkgemeenschap gelooft en beleeft. De Antwerpse bisschop schroomt niet om het officiële stand­punt van de Kerk ter discussie te stellen, ook al gaat hij daarmee tegen meerdere pausen en recente Vaticaanse teksten in.

Kloof

Het spijt mij te moeten zeggen dat — hoewel ik de zorg om de kloof die er tussen doctrine en de ‘kerkgemeenschap’ is ontstaan met de bisschop deel — de meeste analyses en conclusies van de Antwerpse bisschop zijn niet de mijne. Het kerkelijk spreken zou volgens Mgr. Bonny niet voldoende ‘collegiaal’ binnen het wereldepiscopaat tot stand zijn gekomen. Het lijkt er echter op dat Mgr. Bonny de rol van de paus en zijn gezag verregaand uitkleedt. De paus moet - zoals tijdens het concilie - ‘consensus’ tot stand brengen en mag blijkbaar zijn gezag nog maar nauwelijks uitoefenen op de manier zoals Paulus VI, Johannes Paulus II, Benedictus XVI en vele van hun voor­gangers dat hebben gedaan. En dat ter­wijl het de concilievaders zijn geweest die Paulus VI gevraagd heeft een uit­spraak te doen over de hormonale anticonceptie die in de jaren zestig beschikbaar was gekomen. De Kerk is altijd tegen anticonceptie geweest, net als de Joodse traditie. Paulus VI voorzag dat anti­conceptie binnen het huwelijk toestaan losbandig seksueel gedrag in de hand zou werken en de jaren zes­tig, zeventig en daarna hebben alle voor­spellingen van Paulus VI uit doen komen, door zijn woorden te negeren. Met alle gevolgen voor de huwelijkstrouw, de stabiliteit van de gezinnen, het lot van de kinderen, de verwarring omtrent ‘seksuele geaardheid’, de definitie van het woord ‘huwelijk’, verwarring omtrent het eigen geslacht (gender-identiteit), abortus wegens falende anticonceptie, de bedreiging van het ongeboren menselijk leven in het algemeen, de bedreiging nu ook van het geboren menselijk leven, vanaf de geboorte (met een zware handicap) tot aan de terminale levensfase, samengevat: van de zwak­sten in onze samenleving. De ‘cultuur van de dood’, zoals Johannes Paulus II het noemde, heeft zich geïnstalleerd, wellicht juist vanwege de weigering van velen om Humanae Vitae te accepteren en door de seksualiteit, die bedoeld is voor het krijgen van kinderen, op uiteenlopende wijzen te ‘steriliseren’. Maar op de inhoud van Humane vitae gaat Mgr. Bonny in zijn brief niet in, alleen op de besluitvorming. Het advies van een com­missie is niet gevolgd. En drie of vier bisschoppenconferenties op aarde hebben Humane Vitae afgewezen. Met alle respect en sympathie voor de bezorgdheid van de Antwerpse bisschop: zijn argumentatie lijkt me ernstig tekort te schieten.

Geweten

Bezwaarlijk acht ik ook het grote belang dat de bisschop aan het persoonlijk geweten wenst toe te kennen, ten koste van de objectiviteit van ‘de natuurwet’. Alsof wat ‘goed’ is voor de mens niet door een objectieve instantie die aan de mens voorafgaat zou worden bepaald, maar door de mensen zélf. En dat terwijl de door de bisschop zelf aangehaalde tekst van de Internationale Theologencommissie steeds de objectiviteit van de natuurwet onderstreept, op grond waarvan het subject, de mens, tot zijn ‘uiterst persoonlijke demarche van besluitvorming’ komt. Ik meen dat het kardinaal Newman was die het bestaan van een objectieve morele wet, in het hart van de mens geschreven, aantoonde door te stellen dat niemand, geen mens, het moreel juist acht om tegen het geweten in te handelen. Dat geeft aan hoe belangrijk het geweten is, maar tegelijk dat er wel degelijk een objectieve morele wet bestaat, ongeacht wat het subject er van vindt: gij zult niet tegen uw geweten in handelen. Om een geweten te hebben moet je bestaan, als vrije mens. Dat bestaan heb  je ontvangen van een ‘instantie’, die wij God noemen en van wie we begrijpen dat er objectieve theologische, filosofische en morele waarheid tot ons komt, die we in vrijheid kunnen ontvangen of naast ons neer kunnen leggen. Daar­bij geldt het woord van Paulus: ‘Alles is u geoorloofd maar niet alles is goed voor u’. Het gaat dus niet om de ‘regels’, maar om ons heil, ons geluk op de kortere en op de langere ter­mijn, tot bij God. De natuurwet lijkt me dus vooraf te gaan aan het geweten, zonder daarmee het geweten weg te drukken: dat is mijn inzien ook niet het­geen de kerkelijk leer verweten kan worden. Bonny lijkt het geweten als het ware boven de natuurwet te plaatsen en de natuurwet te relativeren. Het is niet de natuurwet die ‘niet statisch’ is, maar ‘de uitdrukking’ ervan in de geschiedenis en de diverse culturen, zegt de Internationale Theologencommissie. De natuurwet zelf is objectief en gaat aan het geweten vooraf: God heeft ons het eerste liefgehad. Maar ik ben geen afgestudeerde moraaltheoloog, dus zijn er anderen die het misschien beter kunnen zeggen.

Sensus fidei

Groot belang hecht de bisschop van Antwerpen ook aan de ‘sensus fidei’, het ‘geloofsaanvoelen’ van de ‘kerkgemeenschap’. Volgens de bisschop zijn een ‘grote meerderheid’ van ‘goed geïnformeerde gelovigen’ niet gelukkig met de kerkelijke documenten van de laatst decennia. Tegelijk citeert hij de Internationale Theologencommissie waar deze zegt dat de uitdrukking ‘natuurwet’, fundamenteel voor het verstaan van de katholieke moraal, ‘anders verstaan wordt of gewoon niet verstaan wordt’. Slechts een ‘zeer beperkt aan­tal’ mensen blijkt een ‘afdoende begrip van deze wet‘ te hebben. Hoe kan de bisschop dan beweren dat die meerderheid ‘goed geïnformeerd‘ is? Bovendien: wordt wat goed is voor de mens, de objectieve morele waarheid, voortaan bij meerderheid van stemmen bepaald? Hoeveel van die gelovigen hebben ‘Humane Vitae’ werkelijk gelezen? En ‘Familiaris Consortio’? En ‘Veritatis Splendor’? En ‘Evangelium Vitae’? En ‘Donum Vitae’? En de ‘Theologie van het Lichaam’, de indrukwekkende theologische, filosofische, antropologische én personalistische uitdieping van het gedachtengoed dat aan Humane vitae ten grondslag ligt. De ‘Theologie van het Lichaam’ dateert van het begin van het pontificaat van Johannes Paulus II en is nog niet eens integraal in het Nederlands verschenen! (Daar wordt nu aan gewerkt) Ik vind dus dat die ‘grote meerderheid van gelovigen’ heel slecht geïnformeerd is en dat is ook wat ik al decennia ondervind in kerkelijke ‘middens’ in Vlaanderen, België en Nederland.  Ik kom maar hoogst zelden mensen tegen, priesters en andere werkers in de pastoraal inbegrepen, die deze teksten werkelijk kennen.

Moraaltheologie

Bonny neemt het ook op voor de ‘personalistische’ moraaltheologische school van de KU Leuven en vindt dat er een ‘brede’ moraaltheologische traditie in de Kerk moet zijn, verschillende ‘modellen’ die ‘complementair zouden kunnen zijn. De werkelijkheid van Bonny is ‘variabel’ en de waarheid ‘complex’: we moeten gaan voor ‘het haalbare’, zo te merken niet voor de ‘volmaaktheid van de Hemelse Vader’, zoals Jezus het voorstelde. ‘Groei en ontwikkeling’ lijken doel op zich geworden, niet de heiligheid, waartoe het Tweede Vaticaanse Concilie alle gelovigen opgeroepen heeft. Het is natuurlijk wenselijk dat er vanuit verschillende denkrichtingen bijgedragen wordt aan de verdere uitwerking en verduidelijking van de moraaltheologie van de Kerk, maar je kunt het onverzoenlijke niet verzoenen. Iets kan niet tegelijk waar en niet waar zijn, goed en niet goed: op een zeker moment moeten er op een objectieve en redelijk beargumenteerde manier manier knopen doorgehakt worden, verlicht door de werking van de Geest, en daar hebben we in de Kerk een hiërarchische structuur en een Petrus-ambt voor. Laten we dat los, dan belanden we in het subjectivisme van de overaccentuering van het eigen geweten en het relativisme van een natuurwet die nog nauwelijks gekend is en niet alleen in de uitdrukking maar ook in wezen veranderlijk is. En dat zijn nu precies de kenmerken van de cultuur waar we binnen en buiten de kerkgemeenschap van onze streken in beland zijn: relativisme, subjectivisme en .. de dood. Geen wonder dat er sprake is van een ‘kloof’ tussen ‘doctrine’ en het ‘geloofsaanvoelen’ van de ‘kerkgemeenschap’. Daar moet — hier ben ik het met Mgr. Bonny eens — nodig iets aan gebeuren. Maar wat? 

Het huwelijk

De de bisschop pleit voor een Kerk als ‘tochtgenoot’ voor mensen die ‘werk maken van liefde en trouw’. Het huwelijk wordt dan vervolgens nogal gerelativeerd en de Kerk zou ook ruimte moeten geven aan ‘andere samenlevingsvormen’. Als sacramenteel gehuwde protesteer ik tegen deze taal: dat wat heilig is, de relatie tussen één man en één vrouw, voor het leven aangegaan met het oog op nieuw leven, met alle vreugden maar ook met momenten van verdriet en niet zonder persoonlijke offers, wordt naar beneden gehaald. Dat lijkt me volledig in te gaan tegen de oud- én nieuwtestamentische traditie, én die van de Kerk, die tot in haar poriën ‘nuptiaal’ is, dat wil zeggen ‘huwelijks’. Dat de Kerk dat pas verderop in de geschiede­nis tot sacrament verheven heeft lijkt me een schoolvoorbeeld te zijn van ‘ontvouwing van het dogma’. Relativering van het huwelijk op die grond lijkt me theologisch onverdedigbaar. Het doet me veel verdriet en pijn dat een bisschop van de Katholieke Kerk het zo kostbare huwelijk, icoon van de ‘schep­pende liefdesgemeenschap die God zélf is’ (vgl. ‘Theologie van het Lichaam’ van Johannes Paulus II) zo naar beneden haalt.

Hertrouwde gescheidenen

Voor de hertrouwde gescheidenen breekt de bisschop een lans, opnieuw ten koste van de gehuwden die soms met grote persoonlijke offers trouw zijn gebleven of de gescheidenen die in de steek zijn gelaten maar in hun hart de huwelijksbelofte - niet zonder moeite - toch trouw blijven. Ook de hertrouwde gescheidenen hebben de eucharistie nodig als middel van genade, zegt deze bisschop. Vervolgens relativeert hij de eucharistie door deze te kaderen in het grotere geheel van ‘de tafelgemeenschap in het Godsrijk’. Jezus heeft immers op zoveel momenten met allerlei mensen, tollenaars en zondaars, aan tafel gezeten. Maar Hij heeft maar bij één maaltijd gezegd: ‘Dit is mijn Lichaam’ en ‘Dit mijn Bloed’, en dat was met de Twaalf. U gaat zeggen: daar was Judas nog bij en Petrus zou Hem ook verloochenen. Wat ik wil zeggen is dat ik het uiterst redelijk vindt van de Kerk dat zij - naar Paulus - van degene die deel willen hebben aan het eucharistische maaltijd, aan 'het allerheiligste', vraagt dat zij daar de passende gesteltenis voor hebben. Dat geldt niet alleen voor hertrouwde gescheidenen maar ook voor niet hertrouwde gescheidenen, nog steeds gehuwden (hoeveel koppels die op zondag te communie gaan gebruiken de pil?) of ongehuwden (hoeveel alleenstaanden die te communie gaan doen dat met een voldoende zuiver geweten?). Het is dus volstrekt niet uitzonderlijk dat mensen die hun ooit gedane belofte om trouw te zijn ‘tot de dood ons scheidt’ niet nakomen door het initiatief tot een scheiding te nemen, en daar bovenop of nadat ze buiten hun schuld gescheiden zijn geraakt een andere relatie aangaan, tot het hebben van seksuele gemeenschap toe. Ik zou het onredelijk vinden van de Kerk - laat mij ook mijn ‘verwachtingen uitspreken’ - als zij nu opeens mensen die openlijk in een buitenechtelijke relatie leven, gewoon met alles mee mogen doen, na een of andere penitentiële rite. Als ik ga biechten, weet ik dat ik daarna niet gewoon verder moet gaan met hetgeen ik zojuist gebiecht heb. Anders heb ik zelfs geen recht op de vergeving in de absolutie. Ik moet mij ‘bekeren’ en bepaalde zaken misschien radicaal veranderen in mijn leven. Hoeveel van die 'goed geïnformeerde gelovigen' gaan trouwens minstens één maal per jaar biechten (ik heb het niet over een boeteviering met 'collectieve absolutie')? Voor hertrouwde gescheidenen lijkt mij dat die bekering ten minste zou moeten zijn: als ‘broer en zus’ gaan leven; zo mogelijk ook apart gaan leven. Zelfs als er kinderen zijn lijkt mij die mogelijkheid niet uitgesloten maar misschien is dat dan niet realistisch. Maar dan kan men met een beetje fantasie het huis zo inrichten dat ieder in een andere kamer slaapt, ook als dat betekent dat twee kinderen van hetzelfde geslacht de kamer met elkaar moeten delen. Zouden hertrouwde gescheidenen dus niet welkom in de Kerk? Natuurlijk wel! Er bestaan vormen van samen komen en bidden die zeer waardevol zijn, zonder dat zij daarbij de sacramenten ontvangen worden. En het verlangen naar de sacramenten kan een grote bron van genade zijn. Het gebed, de zang, de onderlinge uitwisseling, het elkaar dienen: allemaal vormen van christelijk, kerkelijk leven waaraan zij kunnen deelnemen. Pastorale creativiteit is geboden, niet de grond onder het sacrament van het huwelijk weggraven en de waarheid geweld aan doen. Het is niet terecht dat in deze discussies het hele kerkelijk leven verengd wordt tot dat die ene minuut: het ontvangen van de geconsacreerde hostie. Niet dat dat niet de bron en het hoogtepunt van het christelijk leven is, maar er is meer dan dat. 

Defensief en antithetisch

 

Straf vind ik het dat Mgr. Bonny Paulus VI, Johannes Paulus II en Benedictus XVI een ‘defensieve en antithetische opstelling’ aan­wrijft. Ik zie dat nogal anders. Deze pausen hebben door hun veelvuldige oproep tot een ‘nieuwe evangelisatie’ een enorme bijdrage geleverd aan het overbruggen van kloven, het naar buiten treden, zoals ook de nieuwe paus zo sterk benadrukt, het brengen van goed nieuws aan de wereld, ook en niet in de laat­ste plaats waar het de seksualiteit, het huwelijk en het gezin aangaat. Wat tragisch dat een bisschop van diezelfde Kerk deze bijdragen in een zo negatief licht plaatst. Ik beschouw dat als veel schadelijker voor de Kerk en als een bijdrage aan de kloof die Mgr. Bonny signaleert en die — als het zo door­gaat — inderdaad nauwelijks te overbruggen meer is. ‘Deze tweespalt mag niet blijven duren’, zou ik met zijn eigen woorden zeggen! Laten we waarheid van het evangelie die liefde is en die zich uit in een levenswijze volgens Gods liefdesplan uitdragen, de gewetens eindelijk eens goed vormen, zodat de mensen het gaan verstaan en goed kunnen beleven: betere verkondiging, catechese en huwelijksvoorbereiding, minder huwelijksproblemen, minder echtscheidingen, stabielere gezinnen, gelukkiger kinderen. Bisschoppen en priesters zijn decennia lang ‘discreet‘ geweest over deze onderwerpen, zegt de bisschop, met als gevolg dat nu iedereen denkt dat van de Kerk ‘alles kan en alles mag’. We hebben ons van de Wereldkerk verwijderd, van het primaat van de pausen, van de natuurwet, van de theologische en morele waarheid van het mannelijk en vrouwelijk lichaam. En nu moet de wereldkerk, moeten de de pausen, veranderen. 

Creativiteit in de pastoraal

Natuurlijk is het nu lastig om de zaak weer recht te trekken maar het is niet onmogelijk: dat blijkt ook op vele plaatsen van de wereld. En ook hier in Vlaanderen is niet iedereen zo ongelukkig met Humane Vitae en wat er op gevolgd is, mijn vrouw en ik althans niet. Laat ik proberen positief te eindigen. Je zal vandaag maar bisschop zijn en voor een kerkgemeenschap staan die in meerderheid de opvattingen van de Kerk op zoiets essentieels als seksualiteit voor een belangrijk deel afwijst. Dan moet je dus alles doen om de taal te leren spreken die wél ver­staan­baar is en ook nog recht doet aan de waarheid omtrent deze onderwerpen, een waarheid die de Kerk de mensen in liefde aan­reikt. Uit ervaring weet ik dat dat kan. Het vereist een herziening van bepaalde theologische, en morele inzichten en nieuwe vormen van creativiteit in de pastoraal. Ik denk aan een parochie in hartje Parijs waar avonden voor ‘koppels’ worden gehouden en waar niet alleen maar ‘verliefden’, ‘verloofden’ of ‘gehuwden’ komen maar ook samenwonenden, gescheidenen, hertrouwden, mogelijk zelfs ‘homo-koppels’: iedereen is er welkom. Er wordt gebeden, er wordt gesproken, er wordt uitgewisseld en er wordt weer voor elkaar gebeden. Iedereen is op zoek naar het ware geluk, een liefde die waarachtig is en daar­door pas mooi en vreugdevol, levensvervullend. Misschien moeten we gewoon wat verder zoeken, rond om ons heen kijken, ook buiten Vlaanderen en de Lage Landen ons licht op steken. Maar niet dat wat zo kostbaar is voor de mens, zijn seksualiteit en vruchtbaarheid, het huwelijk en het gezin waar deze in vreugde beleefd kunnen woorden, door ‘aanpassingen in de leer’ ondergraven. 

 

Vincent Kemme

- gehuwd, vader van zes grote kinderen

- bioloog met theologische vorming (biofides.eu)

- hoofdredacteur van Rorate - rknieuws.net

 
 

 

Rorate Zoeken