Dagelijks nieuws van Rorate op Face­book en Twit­ter

Voor het dagelijkse nieuws vanuit katholiek per­spec­tief gaat u vanaf nu naar de Facebook-pagina of Twitter-account van Rorate. Daar delen we de meest inter­es­sante nieuwt­jes van diverse Ned­er­landse, Vlaamse nieuws­bron­nen. Van de berichten die nog op deze site ver­schi­j­nen kri­jgt u — indien u geabon­neerd bent — weke­lijks een elek­tro­n­is­che nieuws­brief, in de nacht van zater­dag op zondag. Bin­nen afzien­bare tijd zal deze pag­ina volledig wor­den herzien. 

Mogen vaders van paus Fran­cis­cus hun kinderen slaan?

Paus Fran­cis­cus heeft de aan­dacht van de wereld­pers weer op zich weten te ves­ti­gen door een uit­spraak over het slaan van kinderen door hun vader. Als we de seculiere media mogen geloven vindt de paus dat een uit­stek­ende zaak, ja zelfs ‘prachtig’. Voor zover mensen nog geen moeite had­den om de Kerk te begri­jpen en niet af te wijzen, hebben ze het nu wel, zou je kun­nen denken. Maar wat heeft de Argen­ti­jnse paus pre­cies gezegd en hoe kijkt een katholieke vader daar tege­naan? 

 

Aan­wezigheid

Laten we eerst de veel ver­geten oefen­ing doen na te gaan wat er nu feit­elijk gezegd is. Paus Fran­cis­cus houdt een reeks cat­e­ch­eses op de woens­dag­mor­gen in het Vat­i­caan, over het gezin. Die reeks geloof­s­lessen is niet los te zien van het ‘syn­odaal pro­ces’ waarin de Katholieke Kerk zich wereld­wijd bevindt: het ‘updaten’ van haar visie op en spreken over huwelijk en gezin, over man en vrouw zijn en dus ook over vader en moeder zijn. Hij besloot twee weken lang bij het vader­schap stil te staan: de eerste week meer in negatieve zin: over de afwezigheid van vaders in hun gezin­nen, waar­van de moed­ers en de kinderen veel nadeel kun­nen ondervin­den; de tweede week meer in posi­tieve zin: over de aan­wezigheid van de vader in het gezin en welke heilzame gevol­gen dat heeft voor vrouw en kinderen. 

 

Wijsheid

Een vader die aan­wezig is in zijn gezin kan er in sla­gen om zijn wijsheid over te dra­gen op zijn kind. De paus beschri­jft “de fier­heid en emotie van een vader …  die ziet dat hij zijn zoon heeft doorgegeven wat in het leven werke­lijk telt, namelijk een wijs hart”. Hij baseert zich op een pas­sage uit het boek Spreuken (23,1516) waarin onder meer sprake is van “strengheid en beslis­theid” die het kind “miss­chien niet begrepen” had toen het “alleen ver­stand­houd­ing en bescherming gewild had”. Waar het om gaat in het boek Spreuken en in de gedachte van de paus is de rol van de vader om “een erfe­nis door te geven: welk een nabi­jheid, welk een zacht­moedigheid en welk een beslis­theid.” De vader moet echter niet te veel ‘con­trol­eren’, om kinderen “niet te verni­eti­gen”, en de kans te geven op te groeien. 

 

Cor­rigeren

Een vader moet naar het voor­beeld van de ‘barmhar­tige vader’ uit het Lucas-evangelie (15,1132) bid­den, geduld hebben eve­nals zacht­moedigheid, groothar­tigheid, barmhar­tigheid”. Hij moet kun­nen “wachten en vergeven”. Maar… hij moet ook met beslis­theid kun­nen cor­rigeren! En dan wordt het natu­urlijk span­nend: mag hij daar­bij slaan?! De paus begint daarover te zeggen dat cor­rec­tie nooit een verned­er­ing mag zijn voor het kind. En dan haalt hij een vader aan die tij­dens een bijeenkomst over het huwelijk zei: “Soms moet ik mijn kinderen een beetje slaan … maar nooit in het gezicht om ze niet te verned­eren”. Dat vindt de paus “prachtig” want die vader had “zin voor waardigheid.” Vol­gens de paus moét een vader straf­fen en deze vader deed dat vol­gen de heilige vader  “op de juiste manier” en boekte daar­bij “vooruit­gang.” Wat vindt de paus dus ‘prachtig’: dat een vader zijn kind cor­rigeert, zelfs straft, maar zon­der het te verned­eren, te verni­eti­gen. Dat de paus het ‘prachtig’ vindt als vaders hun kinderen slaan is dus wat kort door de bocht. De vader in kwestie sloeg nooit in het gezicht. We mogen hopen dat hij bij het slaan ook de juiste maat hanteerde, ongeacht het lichaams­deel dat hij raakte.  

 

Slaan

Mogen wij onze kinderen dus slaan? Als vader van zes inmid­dels grote kinderen zeg ik niet zomaar ‘nee’. Ik ben opge­groeid in de tijds­geest van de ‘anti­au­tori­taire opvoed­ing’ waar mijn oud­ers overi­gens zich weinig van aantrokken, maar waar zij wel gecon­fron­teerd wer­den met die ideeën in hun kinderen, die deze vanuit de maatschap­pij oppik­ten. Aan het Utrechtse Boni­fatius­col­lege, waar ik in het begin van de jaren zeventig naar school ging, kwa­men de eerste ler­aren bin­nen, die een op het anti­au­tori­taire gedachte­goed gebaseerde ler­areno­plei­d­ing had­den genoten en in de klas met der­tig pubers net zo lang wacht­ten tot­dat de kinderen zélf tot het besef kwa­men dat het voor het ‘groeps­ge­beuren’ toch beter was om zich rustig te gedra­gen en naar — om maar eens iemand te noe­men — de ler­aar te luis­teren. De resul­taten waren desas­treus: dat wachten kon de gehele les duren en de betr­e­f­fend ler­aar hebben we na een aan­tal weken of maan­den niet meer terug gezien.  

 

Anti­au­tori­tair

Toen ik zelf in Utrecht de ler­areno­plei­d­ing deed aan de plaat­selijke uni­ver­siteit die er prat op gaat dat ‘de zon der gerechtigheid haar ver­licht’, kre­gen we in plaats van col­leges ped­a­gogiek en didac­tiek film­p­jes te zien van exper­i­menten uit Duit­s­land met kinderen die geheel anti­au­tori­tair wer­den opgevoed. In een apparte­ment achterge­laten sloopten ze uitein­delijk de wastafel van de muur, maar dat kon onze ler­areno­plei­ders er niet toe bren­gen ons iets anders voor te schote­len. Het ideaal moest en zou nagestreefd wor­den.  In de klas, zo hoor­den we, mochten we sowieso een leer­ling natu­urlijk niet aan­raken, ook al had geen van de stu­den­ten een besmet­telijke ziekte, en van leer­lin­gen stilte tij­dens de les eisen was ook al te veel. Ze moesten wat mogen praten tij­dens de les. Of de inhoud van de les dan nog enige aan­dacht kreeg was blijk­baar van ondergeschikt belang. Niet vreemd dat het niveau van het mid­del­baar onder­wijs in Ned­er­land in die peri­ode tot een his­torisch dieptepunt is gedaald. Een ken­nis die klassieke talen gaf vertelde jaren later onder tra­nen dat hij nog tien pro­cent van de lesin­houd van weleer mocht doceren. 

 

Stil zit­ten

In een lagere school bij Eind­hoven waar mijn kinderen op zaten had een bijna gepen­sioneerde onder­wi­jzer op een dag een tik uitgedeeld aan een kind dat hem het bloed onder de bijna gepen­sioneerde nagels uit had gehaald. De direc­trice van die basiss­chool zei in een bestu­ursver­gader­ing, dat ze vroeger de kinderen lezen, schri­jven en reke­nen leerde, maar nu ‘stil zit­ten op een stoel’. De wethouder (of: schepen) van die gemeente stelde op een dag voor een thema-avond te beleggen voor alle oud­ers van alle basiss­c­holen in deze Eind­hovense randge­meente, onder de titel ‘Hoe krijg ik mijn kinderen voor tien uur in bed’. De schooldirecteuren wezen het voors­tel af: het con­tact met de oud­ers was immers niet de ver­ant­wo­ordelijkheid van de wethouder maar van de schooldirec­ties. In het bestuur van die basiss­chool laaide naar aan­lei­d­ing van de uitgedeelde tik van de bijna gepen­sioneerde onder­wi­jzer, de dis­cussie op of je mocht straf­fen en hoe. Een jonge onder­wi­jzer riep dat straf­fen ‘liefde­loos’ was. Van de andere kant kon je niet alles toes­taan, zei­den anderen. In elk geval mocht een onder­wi­jzer natu­urlijk niet slaan. 

 

Vol­wassen­heid

Terug naar de vader in een gezin. Mag deze in bepaalde gevallen cor­rigeren en daar­bij zelfs de befaamde ‘cor­rigerende tik’ uit­de­len? In de eerste plaats lijkt het me van belang de realiteit onder ogen te zien en goed te begri­jpen dat onze kinderen, net als wijzelf trouwens, niet vol­maakt door het leven gaan. Wij zijn ‘zeer goed‘ geschapen, maar ook ‘gevallen’, zodat we van tijd tot tijd niet doen wat we zouden moeten doen en wél doen wat we niet zouden moeten doen. Vol­wassen­heid zou er in kun­nen bestaan dat we dat wat in de hand kri­j­gen en er behoor­lijk tot goed in sla­gen het goede te doen en het kwade te laten. De oproep van ons geloof is voor niets min­der dan de vol­maak­theid te gaan, in religieuze ter­men: de hei­ligheid. Dat is in ieders belang, al hier op aarde, want we kun­nen het maar wat slecht ver­dra­gen als andere mensen niet vol­maakt zijn: dan hebben we het hoog­ste woord over hen. Maar wat hebben die mensen van ons wel niet te ver­dra­gen? En later, in de hemel, zit­ten ze ook niet op mensen­zie­len te wachten die nog erg behept zijn met aardse onvol­maak­the­den. Daar staat ons dan een goed ver­warmd wacht­lokaal te wachten… In de opvoed­ing zou het er dus op aan moeten komen kinderen al vroeg met het idee van groeien naar dié vol­wassen­heid, en uitein­delijk de hei­ligheid, te con­fron­teren. Dat betekent dat je als je van ze houdt je ze moét cor­rigeren en ook soms ook straf­fen. Wie een kind dat objec­tief ver­keerd bezig is niet cor­rigeert beloont het voor slecht gedrag en kan een span­nende tiener­tijd, verdere jeugd en toekomst verwachten. Cor­rigeren is dus een uit­ing van liefde en geen ontken­ning ervan. 

 

Fysiek

Maar hoe cor­rigeer je een kind? Ik zoom in op de rol van de vader, ook al geldt alles wat ik zeg net zo goed voor de moeder: allereerst door de stem en dan nog altijd beheerst en met mate. Luis­tert een kind niet dan kan er een stemver­heff­ing vol­gen, nog steeds beheerst en net genoeg om geloofwaardig over te komen. Luis­tert een kind dan nog niet, dan zit er niets anders op om het kind fysiek op de één of andere manier te cor­rigeren. Bijvoor­beeld door hem iets af te pakken waarmee hij iets doet wat niet mag. Of door hem bij de arm te nemen en op zijn plaats te zetten, afhanke­lijk van de leeftijd van het kind. En in het uiter­ste geval kan het nodig zijn om dat kind de ‘cor­rigerende tik’ te geven onder het motto van ‘wie niet horen wil moet maar voe­len’. Indien wij in het posi­tieve, bij beloning en uitin­gen van liefde en gene­gen­heid, ons kind een aai over de bol mogen even, een knuffel, een omhelz­ing of een ‘high five’ dan lijkt het me in de rede dat wij een kind in het negatieve geval van aan­houdend slecht gedrag ook een beheerst en gedoseerd fysiek ‘bericht van ken­nis­gev­ing’ geven dat wij dat gedrag niet langer tol­ereren. Anders gezegd: wie ‘slaan’ onder alle omstandighe­den afwi­jst als instru­ment van opvoed­ing door vader of moeder, moet miss­chien dat kind ook maar niet meer over de bol aaien, omhelzen als het een doelpunt heeft gesco­ord tij­dens de wed­strijd, of een kus voor zijn (of haar) ver­jaardag. ‘Slaan‘ is overi­gens een beetje een naar woord vindt om elk cor­rigerend fysiek con­tact te omschri­jven. Er bestaan vele vor­men en gra­daties van lichamelijke cor­rec­tie, die boven­dien maar uit­zon­der­lijk moet plaatsvin­den. 

 

Het Vader­loze Tijd­perk

Vorige week hebben we al aan­dacht gegeven aan het boekje over ‘Het Vader­loze Tijd­perk’ dat een zeer onder­bouwde analyse ver­schaft van de vader­cri­sis in de mod­erne tijd van — laat ons zeggen–  na de sek­suele rev­o­lu­tie van de jaren zes­tig. Door het weg­vallen van God in de samen­lev­ing is ook de rol van de vader uit­ge­hold. Wij ver­dra­gen niets en nie­mand meer ‘boven‘ ons. Wij weten het zelf beter en ook vaders zelf zijn in onze tijd in hoge mate geca­pit­uleerd voor een cul­tuur van rel­a­tivisme, waar iedereen zijn eigen waar­den en nor­men schri­jft en het erf­goed van de fam­i­lie, om nog maar te zwi­j­gen van de joods-christelijke tra­di­tie ingeleverd is voor het grote niets, een nihilis­tis­che ‘zoek het maar uit’-mentaliteit. Vaders moeten nog slechts vriend van hun kind zijn, er leuke din­gen mee doen en voor vol­doende zakgeld zor­gen. Alsof kinderen en jon­geren daarmee geholpen zijn: zelf het wiel van het leven com­pleet moeten uitvin­den. We onthouden hen dat­geen waar ze recht op hebben: de wijsheid van de gen­er­aties. De bezin­ning op het vader­schap van deze paus is dus meer dan welkom. En de her­waarder­ing van de fysieke cor­rec­tie, mits uit­zon­der­lijk, beheerst en met mate uit­gevo­erd, lijkt me daarin passen. De kunst is om over deze onder­w­er­pen met enige nuance te spreken. De paus deed dat mijns inziens vol­doende, ook al was het voor­beeld van de vader die ‘niet in het gezicht sloeg‘ wellicht niet het gelukkig­ste gekozen, voor zover het beeld kon ontstaan dat hij op de rest van het lichaam er flink op los sloeg bij zijn kinderen. Van­daar deze aan­vulling om de pauselijke woor­den wat te willen kaderen en uitwerken. Op het risico af nu schriftelijk een paar ‘draaien om mij oren’ te kri­j­gen van enkele mod­erne lez­ers. 

Vin­cent Kemme

    

 

 

 
 

 

Rorate Zoeken  

Rorate Nieuws­brief


Ont­vang HTML?