Dagelijks nieuws van Rorate op Face­book en Twit­ter

Voor het dagelijkse nieuws vanuit katholiek per­spec­tief gaat u vanaf nu naar de Facebook-pagina of Twitter-account van Rorate. Daar delen we de meest inter­es­sante nieuwt­jes van diverse Ned­er­landse, Vlaamse nieuws­bron­nen. Van de berichten die nog op deze site ver­schi­j­nen kri­jgt u — indien u geabon­neerd bent — weke­lijks een elek­tro­n­is­che nieuws­brief, in de nacht van zater­dag op zondag. Bin­nen afzien­bare tijd zal deze pag­ina volledig wor­den herzien. 

Opinie: Pausen, Kerk(en) en het geloof in God

De afgelopen week hebben we stil ges­taan bij de tweede ver­jaardag van het pon­tif­i­caat van Jorge Bergoglio alias paus Fran­cis­cus. En wat een stor­men heeft zijn uitverkiez­ing doen oplaaien! Na de hooggeleerde en wat schuchtere Bene­dic­tus XVI trad een paus aan met een hoog “knuffel-gehalte”, altijd een brede glim­lach op het gezicht en niet vies van geïm­pro­viseerde uit­spraken die de katholieke gemeen­schap in rep en roer kun­nen bren­gen en ook de seculiere media niet ont­gaan. De laat­ste opmerke­lijke uit­spraak die wij uit zijn mond mochten opteke­nen: hij heeft ‘het gevoel‘ dat zijn pon­tif­i­caat kort zal zijn: vier of vijf jaar. Mijn per­soon­lijke, sub­jec­tieve terug­b­lik op deze en eerdere pausen, de Kerk(en) en … het geloof in God.

 

Als bekeer­ling tot het katholieke geloof, begin jaren tachtig, komend uit een ex-katholiek agnos­tisch stu­den­ten­m­i­lieu, herin­ner ik mij vooral, zoals zovele anderen, de Poolse paus, hoewel mijn geheugen terug gaat tot Johannes XXIII: ik groeide immers wel degelijk op deze pla­neet op en nog wel in een katholieke fam­i­lie. De ges­pan­nen verwachtin­gen bij mijn oud­ers rond het Con­cilie ont­gin­gen mij niet, maar een paus was toen toch vooral een merk­waardig gek­lede oud­ere man die zich op een stoel boven de menigte liet rond­dra­gen. Dat moest wel een heel belan­grijke figuur zijn! Veel meer begreep ik er niet van. Dan kwam de wat sti­jle ver­schi­jn­ing van Paulus VI en ook toen ont­ging de veront­waardig­ing bij mijn oud­ers mij niet, toen deze ‘de pil’ afwees als voor­be­hoedsmid­del. De tij­den veran­der­den en ik ver­loor elk con­tact met de Kerk en herin­ner mij slechts vaag de verkiez­ing van Karol Woytila als de eerste niet-Italiaanse paus sinds mensen­heuge­nis, ja sinds de Utrechtse paus Adri­anus VI: ik ging op nauwelijks hon­derd meter van ‘Paushuize’ in het cen­trum van de Dom­stad — naar mijn beschei­den oordeel een van de mooiste ste­den van de pla­neet — naar school. Maar veel verder reikte mijn belang­stelling niet, omdat de Kerk mijn inter­esse had ver­loren: niets-zeggende preken, kerk­muziek en litur­gis­che vor­mgev­ing van een armetierig gehalte, geen serieuze activiteiten voor jon­geren, ‘ervar­ingscat­e­ch­ese’ op de scholen, waar je niets wijzer van werd en zelf moest bepalen ‘hoe jij God zag’. ‘Het geloof’ — zoals het me was voorgeschoteld — had me bar weinig te bieden. 

 

Per­soon­lijk geloof

Mijn (her-)ontdekking van het geloof deed zich voor bin­nen het kader van de ‘charis­ma­tis­che vernieuwing’, waar mensen — soms meer dan mij lief was — mij spraken over een God die bestaat, mij kent en zich aan mij kan open­baren, het­geen mij ook ‘overk­wam’. Zo schoot de kern van het geloof — dat niet het pauss­chap is — bij mij wor­tel. Jezus was niet langer slechts een goed voor­beeld uit een lang vervlo­gen geschiede­nis, maar een lev­ende god­delijke per­soon, met wie je dagelijks een per­soon­lijke band tra­cht te onder­houden. In Ned­er­land kwam je dat tegen in die ‘charis­ma­tis­che’ krin­gen, maar ook in de in het begin van de jaren zeventig ontstane ‘evan­ge­lis­che gemeentes’, zeg maar de achter­ban van de EO. Pas later ont­dekte ik dat dit per­soon­lijke gods­geloof ook uit de mond van pausen op te teke­nen was als de kern van ons geloof. De sterk oec­u­menis­che dimen­sie van de charis­ma­tis­che beweg­ing in Ned­er­land bracht me echter niet direct dichter bij het pauss­chap. Ik had echter wel genoeg respect voor katholieke tra­di­tie en pon­tif­i­caat van mijn vader overgenomen om in deze krin­gen een relatief katholieke koers te varen, wat uit­mondde in mijn ont­dekking in Frankrijk van de Emmanuel-gemeenschap en de invo­er­ing van de spir­i­tu­aliteit van deze gemeen­schap in Ned­er­land in de jaren tachtig. 

 

Lange preken

Paus Johannes Paulus II kon mijn respect weg­dra­gen, maar ik had grote moeite — als ‘charis­ma­tis­che katholiek’ — met  lange monot­one voor­lezin­gen van de niet altijd zo een­voudige tek­sten van deze filosoof en dacht bij mijzelf: dit gaat aan ieders aan­dacht voor­bij: hoe wil de Kerk ooit de massa’s weten te boeien als pausen hun lange preken zo voor­lezen! Ik was dan ook ver­baasd dat de Wereld­jon­gerenda­gen die in die peri­ode ontston­den, zulke grote aan­tallen jon­geren op de been wis­ten te bren­gen. Mijzelf ertoe zetten om zijn ency­clieken te lezen zou nog op zich laten wachten: lezen was van kinds­been af niet mijn sterk­ste punt geweest, hoewel zoon van een bib­lio­the­caris. 

 

Spon­taan

In 1985 waren mijn vrouw en ik — in verwacht­ing van ons eerste kind — uitgen­odigd om de com­mu­nie van de Poolse paus te ont­van­gen tij­dens zijn door rellen omgeven bezoek aan mijn dier­bare Utrecht. Nu ston­den wij daar in de Jaar­beur­shal op een arm­lengte van de opvol­ger van Petrus en daar hoef­den we niet eens voor naar Rome te reizen! En tij­dens de jon­gerenont­moet­ing in Amers­foort kon ik zelfs even zijn hand vasthouden en voelde ik zijn vis­ser­sring tussen mijn vingers! Maar ook daar kon ik mijn aan­dacht er slecht bijhouden als hij zijn tekst voor­las… tot­dat hij ervan afweek en impro­viseerde ‘dat hij zich ook elke dag moest bek­eren’. Kijk: nu werd ik wakker en begon hij mij aan te spreken! Als ver­ant­wo­ordelijke van de Emmanuel-jongerenweekends in Ned­er­land, tweede helft jaren tachtig, mocht ik de priesters steeds vra­gen hun preken niet voor te lezen maar spon­taan tot de jon­geren te speken. Wij wilden niet dat onze week­ends al te formeel en sta­tisch zouden wor­den; we wis­ten zeker dat we dan maar weinig jon­geren zouden weten te inter­esseren voor het evan­gelie, dat ook niet erg sta­tisch en formeel van stijl genoemd kan wor­den. Een jonge priester van het bis­dom Roer­mond vertelde mij later dat hij door mij geleerd had spon­taan te (s)preken en niet meer voor te lezen en hij was mij daar erg dankbaar voor. Ondanks mijn func­tie kon ik mij er nog steeds maar met moeite toe zetten de tek­sten van de paus, zijn ency­clieken en hom­i­lieën, te lezen. Het onder­richt van de paus kwam wel indi­rect bij mij terecht: via inlei­din­gen bij de Emmanuel-gemeenschap en via docen­ten bij mijn the­ol­o­gis­che stud­ies nadien, waar ook de tek­sten van zijn the­ol­o­gis­che rechter­hand Joseph Ratzinger mij begonnen te boeien. Ook was ik er bij­zon­der op gespitst te weten hoe de pausen op de charis­ma­tis­che vernieuwing reageer­den, vol­gens Paulus VI ‘een kans voor de Kerk’, en ook paus Johannes Paulus II kon er het belang voor de Kerk van inzien, ook al stu­urde hij kar­di­naal Sue­nens op pad om de beweg­ing bin­nen de Kerk te houden, daar zij hier en daar de neig­ing had een soort “superk­erk” boven alle kerken te willen vor­men, weer een nieuwe kerk erbij, van ‘met de Geest vervulde’ chris­te­nen. 

 

Impact

Natu­urlijk ont­ging mij de enorme impact van Johannes Paulus II op de wereldgeschiede­nis niet en dan doel ik met name op de val van de muur en de onder­gang van het atheïstisch com­mu­nisme, althans in Oost-Europa en Rus­land. En dan was er de duur van zijn pon­tif­i­caat, dat uit de aard van de lengte ervan — naast de inhoud — niet anders dan een groot stem­pel op de wereld­kerk kon drukken. Met name het suc­ces van de Wereld­jon­gerenda­gen sprak mij erg aan, ook al was ik niet jong genoeg meer om er zelf van te kun­nen prof­iteren. Dat de inmid­dels door mij om the­ol­o­gis­che rede­nen ook zeer gewaardeerde Joseph Ratzinger hem zou opvol­gen was toch een beetje een schok, niet om de  inhoud maar om de schuchtere per­soon die hij was en is: hoe zou hij de wereldge­meen­schap van de waarheid, de goed­heid, de schoonheid en de vreugde van het geloof kun­nen over­tu­igen? Gelukkig bleken de Wereld­jon­gerenda­gen ‘Ratzinger-bestendig’, want Keulen, Syd­ney en Madrid waren met de Duitse paus geen­szins een flop! Zelf the­ol­o­gis­che genoeg onder­legd om zijn tek­sten te lezen kon ik slechts geni­eten van de fijnzin­nige manier waarop deze professor-paus het geloof en de redelijkheid ervan kon uiteen­zetten en zijn haarfi­jne analyse van de tijd waarin wij leven, die van rel­a­tivisme en sub­jec­tivisme aan elkaar lijkt te hangen. Van mij had Bene­dic­tus XVI, ondanks dat hij ‘op de buis’ het min­der goed deed dan zijn voor­ganger, nog wel tot zijn dood aan mogen bli­jven, maar hij ver­raste de com­plete kerkgeschiede­nis van vijf eeuwen door een opzien­barend besluit: terugtre­den alvorens te ster­ven. En met de slopende reis naar de Wereld­jon­gerenda­gen in Rio voor de boeg kon je hem natu­urlijk geen ongelijk geven. Maar ook the­ol­o­gisch of eccle­si­ol­o­gisch was er zoals altijd bij Ratzinger geen vuiltje aan de lucht.  

 

Sti­jl­breuk

Zijn opvol­ger: de Ital­i­aans Argen­ti­jnse Jorge Bergoglio, is een man met een stijl van optre­den die mijlen ver afs­taat van Bene­dic­tus. Om te begin­nen gaat hij in het wit gek­leed zijn reken­ing betalen in het hotel waar hij tot het con­claaf had ges­lapen en gaat zelf ook nog zijn kof­fer van zijn kamer halen. Was er een grotere sti­jl­breuk denkbaar? In mijn hart juich ik, want hoe moeil­ijk hebben atheïsten en agnos­ten, maar ook refor­ma­torische en evan­ge­lis­che chris­te­nen waar­van er niet weinig tot mijn ken­nis­senkring behoren, het met de ‘bonte‘ ver­tonin­gen, de tra­di­tionele kled­ing van door de eeuwen heen, waarin pausen, ook Bene­dic­tus XVI, gehuld wer­den. Dat span­ningsveld van tra­di­tie en de heden­daagse cul­tuur, vraagt dat niet om een meer toe­ganke­lijke stijl, zoals die al ingezet is door Paulus VI, zon­der tiara, zon­der draagstoel, en met zo min mogelijk bont? En daar stond Fran­cis­cus dan, op het balkon, zon­der enig ver­toon, alleen bij de zegen zijn pauselijke stola dra­gend. Een man die met de tram naar zijn werk ging als aarts­biss­chop en het ook in de ‘Eeuwige stad‘ sim­pel wil houden. Ook waardeer ik erg zijn posi­tieve houd­ing naar chris­te­nen uit alle kerken en kerke­lijke gemeen­schap­pen, niet in de laat­ste plaats de ‘evan­ge­lis­che chris­te­nen’ met wie hij onge­baande wegen op weg naar de een­heid gaat, elkaar vin­den in die éne kern­waarheid die ons bindt: ‘Jezus is Heer’. De inter­views in kran­ten en in vlieg­tu­igen, met uit­spraken uit de losse pols, die menig getrouw katholiek de wenkbrauwen doen fron­sen: “is dit nog wel katholiek?” En zeker: na de ver­fi­jnde the­olo­gie die over de lip­pen van zijn voor­ganger vloeide zijn de uit­spraken van de nieuwe paus op z’n minst opmerke­lijk te noe­men. Ik ver­heug mij echter omdat deze paus prob­leem­loos mijn aan­dacht weet te van­gen en die van tal­lozen in de wereld die anders niets van het bestaan van deze of om het even welke andere paus, van de Kerk en daarmee van God zélf gewaar zouden wor­den. Ook weet hij daarmee de aan­dacht te ves­ti­gen op thema’s zoals ‘ver­ant­wo­ord oud­er­schap’, die anders in ver­heven taal aan de aan­dacht van de wereldge­meen­schap voor­bij zouden gaan. En dan de twee gezinssyn­odes en de open dis­cussies­feer in de wereld­kerk en tussen biss­chop­pen en kar­di­nalen, die menig katholiek die trouw aan de leer wil zijn een gevoel van onzek­er­heid geven: waar gaat dit naar­toe? Anderen, die hopen op bepaalde lib­er­alis­erin­gen, juichen te vroeg als we Antoine Bodar mogen geloven en ik denk dat hij gelijk heeft. Jam­mer echter dat Antoine, die ik zeer waardeer, zo hard oordeelt over de stijl van de Argen­tijn.

 

Hoofd– en bijza­ken

Waar ik met u naar­toe wil is hoofd– en bijza­ken van elkaar te onder­schei­den en te zien waar het nu eigen­lijk alle­maal om draait. De Kerk is niet het gevolg van een con­cilie of een democ­ra­tisch pro­ces, maar van een ongeziene gebeurte­nis in de wereldgeschiede­nis. De God, die uit het niets hemel en aarde geschapen heeft, die zich op tal­loze manieren in de geschiede­nis van de men­sheid aan haar geopen­baard heeft, is als mens op aarde ver­sch­enen om ons zijn gren­zeloze liefde te open­baren en alle ellende van zonde en dood, gevolg van onze vri­jheid en onze eigen­wi­jsheid, op zich te nemen. Hij heeft het kwaad en de dood voor ons over­won­nen om ons ver­vol­gens niet ver­weesd hier achter te laten maar ons zijn Geest, de Kerk onder lei­d­ing van ‘Petrus’, en moeder (Maria) en zijn wezen­lijke en werkzame aan­wezigheid (in de eucharistie en de andere sacra­menten) te geven. De Kerk en het pauss­chap zijn dus de vrucht van God zelf, die werkzaam aan­wezig is in onze geschiede­nis. Beide bestaan nu twee­duizend jaar en hebben elke storm in de geschiede­nis getrot­seerd, zoals Jezus ook beloofd heeft. Al het tumult rond de stijl en de ver­schillen in per­soon­lijkheid van pausen moet tegen deze achter­grond gezien wor­den. Het gewicht dat wij neigen te geven aan de zicht­bare din­gen, de per­soon­lijkheid van de paus niet uit­ges­loten, belet ons te zien waar het werke­lijk om te doen is en dat is een onzicht­bare, maar daarom niet min­der reële werke­lijkheid: die van God zélf. Het belang van het pauss­chap is groot, maar over­dri­jven wij soms niet het belang ervan, alsof de paus met God zélf te iden­ti­fi­ceren is. Vertrouwen we genoeg op God als we vallen over deze of gene uit­spraak, deze of gene stijl van deze of gene paus? Of deze paus nu zelf zijn kof­fer het vlieg­tuig indraagt of dat laat doen door een assis­tent, of hij nu aan­bli­jft tot hij sterft of na vier of vijf jaar terugtreedt, of hij de biss­chop­pen­syn­ode nu zus of zo leidt: het is van een zeer ondergeschikt belang. Is het niet van veel groter belang dat God opnieuw gek­end wordt in onze cul­tuur, zijn liefde en waarheid zicht­baar gemaakt wordt door gelovi­gen die hoopvol en vreugde­vol uit hun ogen kijken, chris­te­nen van diverse pluim­age weer tot elkaar gebracht wor­den en de de noden van de wereld gelenigd wor­den? Wat ons gevraagd wordt is te geloven: in God, in de Kerk (dat bew­eren we toch elke zondag in het Credo?) en in de lei­d­ing van de Heilige Geest, die ook in staat is biss­chop­pen en kar­di­nalen verenigd rond de biss­chop van Rome de goede kant op te bewe­gen. Indien de Heilige geest daarin al 20 eeuwen ges­laagd is, waarom zou Hij daar nu dan niet in sla­gen? 

 

Vin­cent Kemme

 

 

 

  

 
 

 

Rorate Zoeken  

Rorate Nieuws­brief


Ont­vang HTML?