Dagelijks nieuws van Rorate op Facebook en Twitter

Voor het dagelijkse nieuws vanuit katholiek perspectief gaat u vanaf nu naar de Facebook-pagina of Twitter-account van Rorate. Daar delen we de meest interessante nieuwtjes van diverse Nederlandse, Vlaamse nieuwsbronnen. Van de berichten die nog op deze site verschijnen krijgt u - indien u geabonneerd bent - wekelijks een elektronische nieuwsbrief, in de nacht van zaterdag op zondag. Binnen afzienbare tijd zal deze pagina volledig worden herzien. 

Verkondiging en Volwassenheid

In het kader van Wereldmissiedag schreef Paus Franciscus zijn boodschap al in het voorjaar. Deze boodschap heeft de titel meegekregen "Moedige getuigen voor het Evangelie". Het is een boodschap die mij enorm geraakt heeft. Het heeft mij aan het denken gezet. Vele vragen ontstonden toen ik kritisch naar mijzelf en naar de Kerk in de Nederland en Vlaanderen ging kijken. En meer. Het deed mij ook denken aan een anecdote die mij ooit is verteld. Een anecdote over een jongeman, laten we hem Marcus noemen, die twijfelde of hij wel wilde geloven. Deze anecdote sprak mij wel aan en ik deel 'm graag met u, omdat hij zo past in het kader van het Jaar van Geloof en van missionair zijn.

Marcus

Marcus, een student en in navolging van zijn ouders een atheïstisch-achtige denker, was al een aantal keren met een paar vrienden meegegaan naar een avond van 'the Navigators'. Dat is een christelijke studenten vereniging die het als hun opdracht zien Christus kennen en Hem bekend te maken. Dit doen zij door samen God te zoeken, maar ook door samen het leven te leven binnen de vereniging groeien de studenten in geloof, ontwikkelen zij gaven en talenten, bouwen ze vriendschappen op en worden ze uitgedaagd om te leven. Marcus was dus een aantal keren meegegaan naar een avond waar ze spraken over hun geloof en hoe zij daaraan gestalte gaven in hun leven. Het deed Marcus wel wat. Het was altijd erg gezellig, maar méér dan dat. 

Op een vrijdag dat Marcus voor het weekend in zijn ouderlijk huis was, zat hij wat op z'n kamertje na te denken. Hij wist het niet meer. Zou hij z'n atheïstisch-achtige denken uitdiepen of zou hij die God van die coole Navigators een kans geven? Hij hikte erg tegen die laatste gedachte aan. Hij was er namelijk van overtuigd dat hij dan heel z'n leventje ondersteboven moest gaan gooien en er maar een saai leven op na moest gaan houden. Hij zag er nogal tegenop om volgens regels te leven, die hij nou niet bepaald zag zitten, en hij moest al helemaal niet denken aan het langs de deuren gaan om het geloof te verkondigen. 

Toch was er iets wat hem aantrok bij die Navigators. Hij besloot het erop te wagen en es in gesprek te gaan met die God. Hij begon met een eenvoudig gebed dat hij van één van de andere studenten op de achterkant van een bierviltje had gekregen en werd vervolgens stil. Ondertussen waren Marcus' ouders beneden in gesprek terwijl moeder eten kookte en vader tafel dekte. Ze vonden het maar moeilijk te zien dat hun zoon zo stil was en na thuiskomst vrijwel meteen naar z'n kamer verdween. Toen het eten op het afgesproken tijdstip gereed was en ze Marcus onderaan de trap hadden toegeroepen "Marcus, het eten is klaar", gingen de ouders aan tafel zitten en begonnen zij de maaltijd. Marcus liet op zich wachten. De ongerustheid maakte plaats voor boosheid.

Juist op het moment dat vader van tafel wilde gaan om zijn zoon te gaan halen, hoorden zij gestommel. Ze hoorden hoe Marcus de trap af stormde, de deur van de woonkamer open gooide en zijn moeder en vader wild enthousiast toeriep: "Ik ben zó blij, pap en mam!! Ik heb mijn leven aan Jezus gegeven en ik hoef van Hem helemaal aan niemand te vertellen dat Hij mij verlost heeft en dat Hij Zoon is van God de Vader en mijn Koning is! Dat hoeft allemaal niet. Ik zou het wel van de daken willen schrééuwen!!!"

De boodschap en vertalingen

Terug naar de boodschap van de Paus. De boodschap van de paus kunt u lezen op de site van het Vaticaan (in het Engels bijvoorbeeld). Op RKDocumenten.nl is de Nederlandse vertaling beschikbaar. Het wordt voor u, geachte lezer, misschien wat te langdradig of juist te veel om over na te denken om de boodschap in één keer te bespreken. Wat zijn die alinea markeringen in de NL vertaling dan handig. Ik beperk mij nu tot een deel van alinea nummer 1. In mijn eigen woorden vat ik samen wat mij zoal opvalt. En welke vragen en gedachten dat oproept.

 

Geloof: een kostbare gave van God

Franciscus vertelt ons dat het geloof een kostbare gave is van God. Vervolgens laat de Paus zien waarom het geloof een kostbare gave is. Als ik zoiets lees, krijg ik altijd een glimlach van oor tot oor op m'n gezicht. WAT een geweldig God hebben wij! Hij geeft ons een cadeau, een kostbaar geschenk (het geloof) en dan houdt het niet op! Nee, dan begint het pas! Door dat cadeau wil Hij onze geest openen zodat om Hem te leren kennen en om lief te hebben. 

Het viel mij op dat de paus schreef dat God onze geest opent voor Hem. Dat is blijkbaar nodig. Blijkbaar zijn wij niet in staat om op eigen kracht Hem te leren kennen. Blijkbaar hebben wij het geloof ook als gave nódig om Hem te leren kennen EN om lief te hebben. Als ik die gave van geloof nodig heb om Hem te leren kennen, dan houdt dat blijkbaar in dat ik zonder die gave Hem niet zal leren kennen; tenminste: ik zal Hem nooit leren kennen zoals Hij bedoeld heeft dat ik Hem leer kennen.

Hoe zou God bedoeld hebben dat ik Hem leer kennen? Of hoe zou God bedoeld hebben dat u Hem leert kennen? Verder lezend krijg ik gelukkig meteen het antwoord: "Hij wil met ons in relatie treden om ons te laten delen in zijn leven zelf en ons leven betekenisvoller, beter en mooier te maken".
Oefff dat is niet 
niks: met ons in relatie treden? Euhm dat klinkt voor velen nogal vaag. Wat moet dat inhouden? God is immers niet meer te zien voor ons, dat wil zeggen: niet zoals de leerlingen in het jaar 0 Hem konden zien. Hoe zou ik in relatie kunnen treden met iets of met iemand die ik niet zien kan, die ik niet voelen kan, niet horen kan. Of ben ik abuis? Er zijn immers mensen die de aanwezigheid van Maria ruiken in de vorm van een overheerlijke bloemengeur, waarom zou God zich niet op een dergelijke wijze aan ons laten zien? Mozes kon Hem zien: de ene keer als een verblindend licht, de andere keer werd hij Hem gewaar in een brandend braambos. Zou ik Hem misschien toch kunnen zien en voelen en horen? Of zou de Paus wellicht bedoelen dat onze geest geopend wordt zodat wij Hem met al onze geestelijke zintuigen kunnen waarnemen? In de afgelopen 2000 jaar zijn er immers genoeg voorbeelden van mensen die Hem hebben gezien in dromen en visioenen, mensen die Hem horen spreken, mensen die een hand op hun schouder of hoofd ervaren of een brandend gevoel van liefde ervaren in de streek van hun hart, waarbij dat gevoel met fysieke (meetbare) hitte gepaard gaat. 

 

Het geloof aanvaarden

Het antwoord van die vraag laat zich, denk ik, aflezen uit de zinnen die volgen. Zijne Heiligheid de Paus houdt ons voor dat het geloof er om vraagt om aanvaard te worden. Hij legt uit dat dat inhoudt dat het geloof vraagt om:

* ons persoonlijk antwoord, 
* de moed om ons aan God toe te vertrouwen,
* zijn liefde te beleven,
* dankbaar te zijn voor Zijn oneindige barmhartigheid.

Bovendien is het geloof volgens de Paus:
* een gave die vrijgevig wordt aangeboden
* een gave die we niet voor onszelf mogen houden
* een gave die we moeten delen (met anderen - zo begrijp ik van de site van het Vaticaan)

Ons persoonlijk antwoord, zoals Maria haar fiat gaf. Want de liefde dringt zich niet op en God doet niets zonder ons, maar alles mét ons. Op het ja-woord van Maria was Jezus in haar schoot gekomen. Op het ja-woord van mij komt Jezus, komt God in míjn leven. 

 

Moedig?

Dat het moed vergt om mijzelf, mijn leven, alles wat ik ben en alles wat ik heb toe te vertrouwen aan God, blijkt wel hoe moeilijk het is om alles los te laten en niet telkens opnieuw het heft van het leven (of van andermans leven) in mijn handen te nemen. Hoe moeilijk is het telkens weer om de zekerheden die ik in het leven heb toe te vertrouwen aan God. Zowel de zekerheden die ik als prettig ervaar (verzekeringen, een baan, het huis, de kinderen) als de zekerheden die ik als ónprettig ervaar: de ziekte van dierbaren of mijn eigen zwakke gestel. Nu weet ik wat ik heb, maar als ik alles - stukje bij beetje of in één keer - aan God toevertrouw, weet ik helemaal niet wat ik heb. Kan ik wel omgaan met die onzekerheid? Wíl ik wel omgaan met die onzekerheid? Uiteraard kan ik met m'n verstand beredeneren dat God zegt dat ik geen angst moet hebben en dat ik niet moet vrezen. Maar om die verstandelijke kennis om te zetten in daden van het hart vind ik verre van makkelijk. Maar het went wel. Oefening baart kunst, zeggen ze, en ik denk dat 'ze' gelijk hebben. Volgens mij krijgen we die moed als extra gave wanneer we ervoor kiezen om 'ja' te zeggen en om die keuze zichtbaar/merkbaar te laten worden door de keuzes die ik in het leven maak en door de werken die ik doe.

 

Delen

De gave van het geloof moet gedeeld worden. Als we het niet delen worden we steriel, dragen we geen vruchten van het geloof en sterft het geloof uit. Het mooie (goddelijke) principe van ons delen is Zijn vermenigvuldiging. De verkondiging van het Evangelie (als herauten, zoals verderop in de boodschap staat vermeld in de Engelstalige versie) maakt deel uit van het leerling zijn van Christus. Als ik zoiets lees dan denk ik aan de mensen die ervan overtuigd zijn dat alleen priesters leerling zijn van Christus en doet mijn hart zeer om dergelijke onwetendheid en/of valse bescheidenheid. 

Want wie zijn wij nou om het Evangelie NIET te verkondigen? Het is toch gewéldig nieuws wat wij te delen hebben? Soms zou ik het van de daken willen schreeuwen (zoals Marcus daar -na gebed - spontaan naar verlangde. In Verbum Domini (Benedictus XVI, 2010) staat zelfs te lezen dat "Door het oproepen van alle gelovigen om Gods Woord te verkondigen, de Synode Vaders de nood in onze tijd ook bevestigd voor een resolute toewijding aan de missio ad gentes", dat de Kerk met geen mogelijkheid (onder geen beding) haar pastorale werk kan beperken tot het 'gewone onderhoudswerk'van degenen die het Evangelie van Christus al kennen. Bovendien valt te lezen dat "Het missionaire elan is een duidelijk teken van de volwassenheid van een kerkelijke gemeenschap. (...) Daarom moet het expliciet verkondigd worden". 

 

Onvolwassen

Misschien lees ik dat wat te rechtlijnig, maar ik kan niet tot een andere conclusie komen dan dat een kerkgemeenschap die niet missionair, niet verkondigend naar buiten toe, is, niet volwassen is; of minstens niet geheel volwassen is. Dat baseer ik mede op wat er na de verwijzing naar Verbum Domini staat. Iedere gemeenschap is volwassen:

* wanneer zij het geloof belijdt 
* het geloof met vreugde viert in de liturgie, 
* de liefde beleeft,
* onophoudelijk Gods Woord verkondigt door buiten de eigen comfortzone te komen.

Dat de kracht van ons geloof op persoonlijk en gemeenschappelijk niveau meetbaar is, is daarvan een logisch gevolg. De kracht van ons geloof is meetbaar aan het vermogen om (persoonlijk én gemeenschappelijk - beide) aan anderen mee te dlen, het te verspreiden, het in naastenliefde te beleven, ervan getuigenis af te leggen voor allen die ons ontmoeten en met ons de levensweg delen. 

Een voor de hand liggende conclusie over de kracht van het geloof van te veel parochies, en van grote delen van onze Kerkprovincie erg klein is en dat vele kerkelijke gemeenschappen in de NL en BE Kerkprovincies nog verre van volwassen zijn en dus onvolwassen zijn.

Hoe zit dat met mijn geloof? Is mijn geloof volwassen? Is de kracht van het geloof op mijn niveau klein of groot en waarom? 

DLG

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 

 

Rorate Zoeken